Brieven aan Thomas #18

Thomas,

Zo'n dertig, vijfendertig jaar geleden drukte een vriend Jack Kerouacs boek On The Road in mijn handen met de woorden 'dat moet je lezen.' Ik leende zijn boek niet - hij had het nog niet uit - maar kocht kort daarna een eigen exemplaar. Onderweg naar huis, gezeten op de achterbank van een Deux Chevaux, begon ik te lezen. Na een halve bladzijde zat ik er in, het boek liet me niet meer los.

Na On The Road volgden als vanzelf andere boeken van Kerouac - te beginnen met The Subterraneans & The Dharma Bums - en hoewel hij vele goede boeken schreef, geen eentje kon tippen aan On The Road

Zoals je weet ben ik een onverbeterlijke hamster, een verzamelaar van vooral boeken en platen. In het geval van Kerouac begon dat met de aanschaf - na het lezen van de Nederlandse vertalingen van zijn boeken - van de Engelstalige edities. Snel daarna - wanneer zich de kans voordeed - volgde de aanschaf van ouwe pocketuitgaven van zijn boeken, vaak met schitterende covers. 

Eén van de pocketedities van The Subterraneans heeft aan de voorzijde een rood balkje - er is ook een editie met dezelfde cover, maar dan zonder dat balkje. In dat balkje staat onder andere: 'Now a great MGM picture'. 



Dat The Subterraneans verfilmd is, was nieuw voor mij. Ik ontdekte het - inmiddels ook al weer wat jaren geleden - door dat rooie balkje op dat boekomslag. Internet wist mij te vertellen dat die film in 1960 uitkwam, twee jaar na publicatie van het gelijknamige boek. Natuurlijk wilde ik die film zien, maar datzelfde internet zei mij dat ik geen haast hoefde te maken aangezien het niet zo'n geweldige film is.

De film heb ik dan misschien niet gezien, maar de soundtrack ken ik wel. Ik kocht 'm een paar jaar geleden. Uiteraard jazz, hoe kan het ook anders in een film naar een boek van Jack Kerouac. 

André Previn, Gerry Mulligan en Carmen McRae zijn de muzikanten die met naam op de voorzijde van de hoes genoemd worden. 


De hoes van dat album heb ik toch regelmatig in mijn handen gehad, de plaat meerdere malen gedraaid, maar nooit legde ik de link die ik gisteren wel legde. Gisteren was ik op een rommelmarkt en daar kocht ik een singletje met twee nummers afkomstig van deze soundtrack:


Zoals je ziet op deze single geen André Previn of Carmen McRae, alleen Gerry Mulligans naam staat in vette letters op de hoes. Bij het uit de kast trekken - gisteravond - van de ouwe pocketedities van The Subterraneans viel er eentje op:


Een roodharige, schoenloze dame in zwart in wat mogelijk een uitdagende pose moet zijn, maar wat er vooral ongemakkelijk uitziet. Rechts van haar - in bedekte kleuren - een jazzmuzikant. Hoewel ik dit boek al jaren in huis heb, was het me nooit eerder opgevallen dat de muzikant op deze cover Gerry Mulligan is. Ik had het vinden van dat singletje blijkbaar nodig om te zien dat het toch echt Gerry Mulligan is op de voorzijde van deze editie van Kerouacs The Subterreans. Bij het weer zien van dit boek moest ik gelijk denken aan onderstaande foto van een jonge Mulligan.

Nu ik het zie, kan ik het ook niet meer 'ontzien'. 

Het wordt nog gekker. Want nadat ik het gezien heb, zocht ik verder. Er is - zoals altijd - meer. De filmposter van The Subterraneans heeft niet alleen Gerry Mulligan gespiegeld, maar ook de dame in ongemakkelijke houding. Haar kleding heeft meer kleur gekregen en haar haar is wat lichter geworden.


Een sprong van de poster naar een lobby card is niet zo groot en internet staat vol met bruikbare afbeeldingen die zich makkelijk laten vinden. Dan blijkt dat het helemaal niet bovenstaande foto van Mulligan is geweest die als inspiratie voor de ontwerper van filmposter en boekcover heeft gediend, maar een scène uit de film zelf:



Gerry Mulligan heeft dus niet alleen muziek voor de film ingespeeld, maar is ook daadwerkelijk in The Subterraneans te zien. De kleding die hij op bovenstaande lobby card draagt, komt overeen met de kleding op de filmposter. 
Tijd voor een sprong naar de jaren tachtig, naar 1986 om precies te zijn. En een sprong iets minder ver terug. Ergens eind 2025 struinde ik wat door de bakken met platen in een kringloopwinkel. Ik werd gegrepen door de hoes van een verzamelalbum uit 1986. Beat Runs Wild heet die plaat. De muziek op dit album spreekt mij in het geheel niet aan. De muziek van Swing Out Sister, Curiosity Killed The Cat of Wet Wet Wet associeer ik eerder met jeugdtrauma's dan met aangename zaken. De meeste namen van de andere muzikanten op dit album zeiden mij niks. Maar die hoes...
Die hoes kwam me zo bekend voor, maar waarvan kon ik niet bedenken. Ik herinner me lang te hebben getwijfeld of ik die plaat mee zou  nemen, niet vanwege de muziek, maar die hoes. Uiteindelijk heb ik het niet gedaan. Nu ik weet waar de hoes mij aan doet denken, heb ik spijt.


Nee, ik weet niet meer welke kringloopwinkel dat geweest is. En wist ik het wel, de kans dat de plaat er nu nog staat is gering. 

Pas goed op jezelf, 
Lees Kerouac & luister naar Mulligan,
Laat nooit iets staan in de kringloop wanneer je twijfelt,
groet,

TW

22 II 2026


Speijers Records

Ik weet het: alle, of in ieder geval erg veel muziek is (bijna) gratis & voor niks te beluisteren via streaming diensten. Geluidsdragers als cd's en elpees zijn achterhaald. Voor de nostalgische luisteraar die niet zonder zijn elpee of cd kan is er een keur aan internetwinkels die na één klik op de knop er voor zorgen dat de begeerde geluidsdrager binnen enkele werkdagen thuis wordt afgeleverd. Ik weet het allemaal, maar dat wil niet zeggen dat ik er warm voor loop. Wie mij echt gelukkig wil zien laat mij een uurtje of twee struinen in zo'n ouderwetse platenzaak. Hoewel, ouderwets? De elpee is sinds enkele jaren weer helemaal terug. En kenners beweren dat ook de cd hard werkt aan een comeback. Bijna iedere maand wordt er ergens in Nederland een nieuwe platenzaak geopend. Het lijkt wel alsof Nederland anno 2026 inmiddels meer platenzaken telt dan in de hoogtijdagen van de elpee en de cd. Lang niet al die zaken zijn een bezoek waard. Er zijn er genoeg die rotzooi voor goudgeld proberen te slijten. Dat gezegd hebbende: zeker de helft van de tientallen Nederlandse platenzaken die ik in de afgelopen jaren bezocht is gewoon goed. Je struint er wat, je koopt er wat & gaat tevreden weer naar huis. En dan is er nog het topsegment. Tot die laatste categorie behoren slechts een handje vol zaken. Eén van die topzaken is het afgelopen week geopende Speijers Records in Amsterdam.

Een goede platenzaak heeft niet alleen een goed aanbod aan nieuw en tweedehands vinyl in alle genres tegen schappelijke prijzen, maar heeft vooral een breder aanbod dan het standaard werk. Natuurlijk, klassiekers als Sgt. Pepper van The Beatles, Kind Of Blue van Miles Davis of Uprising van Bob Marley & The Wailers horen in iedere collectie thuis en worden daarvoor dan ook terecht in menig platenzaak aangeboden. Maar wat een platenzaak allereerst goed maakt, is wat ik gemakshalve maar even het onverwachte aanbod noem. De plaat die je misschien niet zocht, maar bij het zien gelijk weet dat 'ie mee moet naar huis. Of die plaat die je wel zocht, maar tot op heden maar nergens kon vinden. Het is vooral op dit vlak - het onverwachte aanbod - waarop Speijers Records met kop en schouders uitsteekt boven het gros van de vaderlandse muziekverkopers. De eerste plaat van folkduo The Holy Modal Rounders met die schitterende versie van klassieker The Cuckoo heb ik jaren tevergeefs gezocht. Die zoektocht is na mijn bezoek aan Speijers Records ten einde gekomen. Hetzelfde geldt voor jazzkraker Taylor's Tenors van drummer Art Taylor en saxofonisten Charlie Rouse & Frank Foster. Zoveel persingen zijn er niet van dit album en dus laat de plaat zich niet makkelijk vinden, maar Speijers Records had 'm wel en nog voor een erg goede prijs ook. Dan zijn er nog het lang gezochte eerste en derde deel (deel 2 had ik al) van de serie platen met bands uit Tokyo die in de 2de helft van de jaren zestig songs uit het westen op hun eigen manier op de plaat hebben gezet, platen in die schitterende Godzilla-hoezen. Tot slot is er blues-icoon Lightnin' Hopkins. Als het om de blues gaat, heb ik een enorm zwak voor John Lee Hooker en Lightnin' Hopkins. Het probleem is dat de markt overspoeld is met kutcompilaties van deze heren door crappy labels. Het valt niet mee de goede albums van Hooker & Hopkins te vinden, maar met dank aan Speijers Records heb ik er weer eentje op de kop weten te tikken: Walkin' This Road By Myself.

Uit bovenstaande mag duidelijk zijn dat het aanbod van Speijers Records buitencategorie goed is, vooral als het gaat om jazz, blues en het betere jaren zestig-werk. Daarnaast heeft de zaak een uitvoerig aanbod aan hip-hop, reggae, latin en soundtracks, genres waar ik minder in thuis ben, maar gezien het overige aanbod durf ik mijn hand wel in het vuur te steken en te beweren dat ook dit aanbod top is.

Wat Speijers Records voor mij tot het topsegment in platenland opstuwt is vooral ook de kwaliteit van het vinyl. Iedere tweedehands plaat die ik tijdens mijn bezoek uit de hoes getrokken heb voor een inspectie van het vinyl, zag er uitstekend uit. Een goede kwaliteitscontrole dus, iets waar het in menig andere platenzaak nog wel eens aan wil schorten. 

Dan zijn er nog die kleine 'extra's' die een bezoek net wat aangenamer maken. De koffie bij binnenkomst, de stevige plastic hoes om iedere plaat die na aanschaf ook gewoon om de plaat blijft zitten. Goede muziek op de achtergrond, niet te hard, geen als-je-het-niet-mooi-vindt-ga-je-maar-weg-tering-herrie (iets waar sommige andere platenzaken nog wel eens de mist ingaan) en een meer dan vriendelijke eigenaar die de kunst verstaat om een praatje te maken op een moment dat het past, maar je ook rustig - ongestoord - door de bakken met platen laat struinen.

Speijers Records zit in de J.P. Heijestraat in Amsterdam. Mocht je in de buurt zijn, loop eens binnen. Mocht je niet in de buurt zijn, stap in de auto of trein, je zal niet teleurgesteld worden. Anton Speijers weet met zijn net geopende zaak zichzelf gelijk in het selecte groepje topplatenzaken te plaatsen. Er is voor mij geen twijfel: ik ga zeker terug en vaak ook, al moet ik er het halve land voor afrijden. 

Brieven aan Thomas #17

Thomas,

In mijn puberjaren, grofweg late jaren tachtig tot en met eerste helft jaren negentig, was het gebruikelijk om op zaterdag in de discobus te stappen om tien kilometer verderop in een verbouwde bardancing tot een uur of twee in de nacht vanaf de rand van de dansvloer te staren naar leden van het andere geslacht. Al snel ontdekte ik daar niet geschikt voor te zijn. Ik verafschuwde de tot paringsdans uitnodigende discodreunen bijna net zo hartgrondig als de altijd aanwezige zuipende neanderthalers die aan het eind van de nacht op hun Zundapp huiswaarts reden om de volgende ochtend - vroom in de kerkbank gezeten - hun kontenknijpen en ander onzedelijk gedrag van de avond daarvoor te verzwijgen voor meneer de dominee. 

Al snel stapte ik op zaterdagavond niet meer de discobus, maar de lokale kroeg binnen. Een donker, bruin gerookt ding. Wie bij z'n biertje wat wilde eten, kon kiezen tussen een zakje chips - paprika of naturel - een broodje bal of een stuk harde worst. Een kroeg waar werd gedobbeld om geld en iedere avond wel iemand de weg kwijtraakte naar de wc of huis. Een kroeg waar de man naast je uit het hoofd verzen van Slauerhoff kon opdreunen en de pakken shag werden gedeeld met wie even zonder zat. 

Achter de toog stond anderhalve meter vinyl te verstoffen, daarboven enkele tientallen cd's die om beurten gedraaid werden. Niet dat het veel uitmaakte welke cd door de man achter de toog in de speler werd geschoven aangezien ze allemaal van John Lee Hooker waren. Muziek om op te deinen terwijl men zwijgend naar een verdwijnende bierkraag staart. 

Met het eind jaren tachtig verschijnen van de 3 cd's tellende boxset Singles Collection - The London Years van The Rolling Stones kwam er verandering in het patroon: ineens waren daar de Stones om iedere avond John Lee Hooker enkele uren te onderbreken. Ik ben nooit een groot Stones-liefhebber geweest, al moet ik bekennen dat de eerste cd van hun Singles Collection wel bij mij in goede aarde viel. Ik gaf de voorkeur aan John Lee Hooker. Dat doe ik nog steeds. 

Vanochtend werd ik iets voor zes uur wakker. Om 'mevrouw Tom' niet te wekken, sloop ik op mijn tenen weg. Beneden zette ik een kop koffie en legde ...And Seven Nights van John Lee Hooker op de draaitafel. Opgenomen in 1964, twee jaar later uitgebracht. Een schitterend album met de bekende Hooker-boogie om nog maar te zwijgen over die uit duizenden herkenbare zware stem van de man. ...And Seven Nights bevat geen zwak moment. Elf songs lang weet de man mijn aandacht vast te houden en dat is knap want revolutionair kunnen we zijn muziek niet noemen. Het is altijd min of meer hetzelfde. En toch blijft het boeien. Hoe dat kan? Dat dat kan is misschien de definitie van charisma. 

In september 1965 - ergens tussen het opnemen en uitkomen van John Lee Hookers ...And Seven Nights - gaf Bob Dylan een concert in de Hollywood Bowl in Los Angeles. Eerste helft solo, tweede helft met een band bestaande uit Robbie Robertson, Al Kooper, Harvey Brooks en Levon Helm.

Ergens eind jaren negentig kocht ik op een platenbeurs de bootleg Electric Black Night Crash. Op deze cd staan opnamen van dat concert in de Hollywood Bowl. Niet geweldig van geluid, maar bij gebrek aan beter zeker de moeite waard. In 2019 kwam daar de grijze release Hollywood Bowl '65, uitgebracht door Rox Vox bij. Met het recent op internet opduiken van een nieuwe, geremasterde versie van de opnamen van dit concert, zijn deze cd's overbodig geworden. De geluidskwaliteit van deze remaster is spectaculair. Een upgrade die menig Dylanliefhebber zal doen likkebaarden. 

Daarnaast bevat deze versie een heerlijk fragment van een swingende Tombstone Blues als opener van de tweede helft van het concert en tussen Maggie's Farm en Ballad Of A Thin Man een It Ain't Me Babe om je vingers bij af te likken, die ontbreken op Electric Black Night Crash en Hollywood Bowl '65. Een ander verschil tussen deze nieuwe editie en Electric Black Night Crash en Hollywood Bowl '65 is de volgorde van de songs. Op deze laatste twee is na I Don't Believe You eerst Just Like Tom Thumb's Blues en daarna From A Buick 6 te horen, terwijl op de nieuwe remaster Buick 6 voor Tom Thumb speelt. 

Naast John Lee Hooker is het deze dagen toch vooral Bob Dylans concert in Hollywood Bowl dat door huize Willems schalt. Hoe vaak ik dit ook hoor, het blijft boeien. Charisma.

Mocht je deze nieuwe Hollywood Bowl tegenkomen, grijp 'm & luister. 

Pas goed op jezelf,

groet,

TW

14 II 2026

De onmogelijke keuze #3

 De onmogelijke keuze #1 staat hier, #2 lees je hier.

~ * ~ * ~

Vanochtend tussen de eerste en tweede kop koffie luisterde ik voor het eerst naar het album Grotesque van The Fall. Als er een band is waarbij de zanger de verpersoonlijking van de band is, dan is het wel The Fall. Zanger Mark E. Smith is het enige bandlid dat te horen is op ieder Fall-album. Smith is The Fall. 

De muziek van The Fall in het algemeen en Grotesque in het bijzonder is geen makkelijke muziek. Het is geen muziek om de stilte in een grand café weg te jagen of om borrelgasten mee te verrassen. De muziek op Grotesque laat zich misschien het best omschrijven als in drijfzand wegzakkend schuurmiddel-in-klank. 

En dan die stem van Smith: vlak, boos, expressief, ruw. Geen stem voor The Voice Of Holland, maar ik prefereer de toondove stem van Smith boven de engelenharenklanken uit de strotten van - laten we zeggen - een Whitney Houston of Mariah Carey. Daar waar de rommelende mompelklanken van Smith een mens, een individu laten horen, zijn de stemmen van Houston en Carey & co. inwisselbaar voor een leger aan schoonzangers en -zangeressen.

Bij het derde of vierde nummer van Grotesque zocht ik het album op YouTube op en stuurde de link via WhatsApp naar mijn in de trein zittende zoon met de woorden 'Echt iets voor jou, denk ik.' Al snel volgde er een reactie van zijn kant: 'Klein stukje geluisterd, klinkt inderdaad goed.'

Toch gaat Grotesque niet mee naar het spreekwoordelijke onbewoonde eiland. 

Grotesque is in ieder geval nog een album, maar wat te doen met de muziek die nooit op een album verschenen is? De mezelf opgelegde opdracht was immers tien albums selecteren voor het spreekwoordelijke onbewoonde eiland. Dat zorgt voor een probleem, zo besefte ik me gisteravond. 

Gisteravond draaide ik Southern Journey vol. 6; Sheep, Sheep Don'tcha Know The Road, een verzamel-cd met door Alan Lomax in het zuiden van Amerika gemaakte opnamen. Gewoon met een bandrecorder, bij mensen in de achtertuin of aan de keukentafel. Field recordings, zoals dat zo mooi heet. Dertien delen verschenen er vanaf 1997 van Southern Journey. De elf delen die ik heb van deze serie zijn stuk voor stuk veel gedraaide favorieten. Hobart Smith, Mississippi Fred McDowell, Almeda Riddle, Ed Young, Bright Light Quartet, Ed Lewis en James Carter, het zijn slechts enkele van de mannen en vrouwen wiens muziek te vinden is op de verschillende delen van Southern Journey. Blues, folk, country, bluegrass, gospel, chain gang, kinderliedjes, het komt allemaal voorbij op deze serie cd's. 

Het probleem is dat de delen van Southern Journey geen albums zijn, maar 'slechts' verzamelingen songs en daardoor niet aan de zelfopgelegde criteria voor selectie van het onbewoonde eiland voldoen. En wie bereid is de regels iets te buigen om toch - laten we zeggen - deel 1 mee te kunnen nemen, voelt daardoor alleen maar nog meer het gemis van de overige delen. Bij Southern Journey is het alles of niks. Slechts één cd meenemen volstaat simpelweg niet. Dat is jammer, want veel mooier dan dit wordt muziek namelijk niet.

Tot slot: de sprong van The Fall naar de veldopnamen van Alan Lomax lijkt groot, maar als je er over nadenkt valt het mee. De stemmen op Southern Journey zijn van individuen, zijn uniek en niet inwisselbaar. Ze bevatten dezelfde eigenheid als die ik in de stem van Mark E. Smith waardeer. (Laat Alan Lomax dat maar niet horen...)

~ * ~ * ~

Het schiet allemaal nog niet op, ik blijf maar twijfel voor mezelf opwerpen. Ik kan niet kiezen, ik wil te veel. Slechts drie van de tien titels lijken definitief vast te staan:

Bob Dylan - Bringing It All Back Home

Moondog Jr. - Every Day I Wear A Greasy Black Feather On My Hat

Edzayawa - Projection One

En zelfs over die drie zijn soms nog twijfels. Waarom doe ik mezelf dit aan?

~ * ~ * ~

De onmogelijke keuze #2

Mocht je het gemist hebben, "De onmogelijke keuze #1" staat hier.

~ * ~ * ~

Het is onvermijdelijk dat ik - na het maken van een eerste lijst met vijftien titels - moet schrappen om uiteindelijk tot een lijst van tien te komen, maar zover ben ik nog lang niet. Oké, Richie Havens zou kunnen afvallen, misschien, maar in de dagen na het opstellen van die eerste lijst zijn er eigenlijk alleen maar titels bijgekomen. Vijf om precies te zijn:

Tom Waits - Swordfishtrombone

Bettie Serveert - Palomine

Lou Reed - New York [Velvet Underground & Nico - Velvet Underground & Nico]

Amanaz - Africa

Edzayawa - Projection One

Ik geloof niet dat ik het passend vind om zowel een titel van Lou Reed als van Velvet Underground - Reeds band voor zijn solocarrière - op de lijst te zetten, maar dat zorgt wel voor een probleem. Als ik eerlijk ben vind ik dat zowel New York als Velvet Underground & Nico op die lijst thuis hoort. 

New York verscheen begin 1989. Ik was 15, hoorde van dit album Dirty Blvd. op de radio, wat indruk maakte. Vrij snel daarna kocht ik het album en draaide het tot het vinyl doorzichtig was geworden. Inmiddels ben ik met mijn derde exemplaar van New York bezig. 37 jaar later ken ik iedere noot, ieder woord van de plaat. Ik hoef 'm niet meer op te zetten om 'm te kunnen horen. New York is deel van mijn DNA geworden.

Velvet Underground & Nico is een ander verhaal. Songs van de plaat met de banaan werden in de tweede helft van de jaren tachtig niet op de radio gedraaid, althans niet op de zenders die in huize Willems opstonden. Velvet Underground & Nico kwam later, ergens in de studententijd, denk ik, na het zien van het album op een lijstje 'beste albums ooit'. Dat maakte nieuwsgierig. Velvet Underground & Nico heb ik moeten veroveren in tegenstelling tot New York dat vanaf de eerste keer draaien goed viel. Dat veroveren van de Velvet-plaat is eigenlijk nog steeds niet helemaal afgerond. Nog steeds moet ik me concentreren wanneer Velvet Underground & Nico draait, nog steeds hoor ik details die ik denk nooit eerder gehoord te hebben. Nog steeds weet de plaat me te verrassen.

Daar waar het luisteren naar New York voor mij 'klaar' is - ik ken de plaat immers van haver tot gort - ben ik met Velvet Underground & Nico nog niet klaar. Welke van die twee hoort dan op mijn lijst van De Onbewoond Eiland 10? New York draaien is als thuiskomen, als een warm bad terwijl het beluisteren van Velvet Underground & Nico nog een duiken in het onbekende is - deels dan. Wat heeft een mens nodig in isolatie op het onbewoonde eiland: de troost van het overbekende of de geest afleidende uitdaging van het vaag bekende?

'Beide' is het enige antwoord dat past bij deze onmogelijke vraag. Een mens - ik -  heb zowel overbekend als het vaag bekend nodig.

En dus moet ik - nog afgezien van de keuze tussen New York en Velvet Underground & Nico - bij mijn keuze van mijn tien daar rekening mee houden: zowel sentiment als uitdaging op die lijst zetten. Zowel het overbekende als nog niet volledig gekende.

~ * ~ * ~

Nog geen anderhalf jaar geleden trof ik in een bak tweedehands platen Projection One, het enige album van de Ghanese band Edzayawa aan. Projection One werd in 1973 in Nigeria door EMI uitgebracht. Die originele platen zijn onvindbaar. In 2012 bracht het Engelse label Soundway Projection One opnieuw uit op elpee en cd. Meer persingen zijn er niet van dit album, aldus discogs. Het is dan ook niet vreemd dat niemand deze plaat kent. Ik kende het ook niet, maar het toeval was mij goedgezind. 

Alles aan Projection One klopt. De muziek rammelt en schudt, een combinatie van westerse rock & funk met Afrikaanse klanken. Een drijvend orgeltje, scherpe slaggitaar, hypnotiserende ritmes & melodieën. Van opener Darkness tot afsluiter Adesa is Projection One een muzikaal meesterwerkje. 

Starend naar de hoes kan ik me niet voor de geest halen wat de muziek op deze plaat ook al weer is. Ik herinner mij dat ik het goed vind, dat wel. Zodra de naald op het vinyl zakt en de eerste maten muziek uit de boxen komen, weet ik weer precies wat me te wachten staat, waarom ik dit zo goed vind. Simpel gezegd is Projection One de perfecte samenkomst van het gekende en het nog te ontdekken.

Dat Projection One van Edzayawa mee gaat naar het spreekwoordelijke onbewoonde eiland lijkt wel vast te staan. Dat ik het album bij het voor het eerst opstellen van een voorlopig lijstje vergat is absurd. Het is maar de vraag of ik mezelf die fout ooit kan vergeven.

Het wordt hoog tijd dat Soundway - of enig ander label - dit enige album van Edzayawa opnieuw uitbrengt. Het moet gehoord worden.

~ * ~ * ~

De onmogelijke keuze #1

Wie mij kent, weet dat zo'n tien jaar geleden iets in mijn kop knapte waardoor ik lange tijd (lees: jaren) niet tot nauwelijks naar muziek kon luisteren. Dat luisteren kwam wel terug, met kleine stapjes. Eerst 5 minuten per dag, later een half album per etmaal en inmiddels al weer meer. Iedere dag staat wel muziek op. Niet de hele dag, maar toch enkele uren verspreid over verschillende blokken met tussendoor rustpauzes. Even voor de duidelijkheid: ik ben niet zielig, wel gelukkig.

Tot die knap in mijn kop luisterde ik bijna uitsluitend naar Bob Dylan, maar gek genoeg behoort dat tot de verleden tijd. Niet dat ik niet naar Dylan wil luisteren, het is meer dat ik het niet meer kan. Op goede dagen een uurtje Dylan, dan is het wel klaar en moet ik de rust opzoeken. Dylan luisteren is te intensief geworden. Ik weet niet hoe ik het moet verklaren anders dan met 'iets in mijn kop knapte'. Ik snap het zelf ook niet echt. Een paar jaar geleden ben ik maar gestopt met het zoeken van een verklaring. Dat heeft me - hoe gek dit misschien ook klinkt - de mogelijkheid gegeven om andere dan Dylans muziek te ontdekken. Als het om muziek gaat is voor mij Dylan nog steeds een god, hoog boven het speelveld uitstekend. 

Het aardige van nieuwe muziek ontdekken - of juist oude liefdes herontdekken - is dat ieder beluisterd album mij weer op pad stuurt om meer te horen. Ik ben weer 15 - zo lijkt het soms - een puber die iedere 'vrije' euro omgezet in muziek. Dat betekent dat de platenkasten inmiddels uitpuilen, er altijd wel enkele stapels cd's op de salontafel liggen en er in de buurt van de platenspeler altijd wel elpees staan die mijn aandacht vragen.

Wat als de Russen komen? Wat als het onbewoonde eiland een noodzakelijke bestemming voor onbepaalde tijd wordt? Wat als er van al die platen slechts een handjevol behouden kan blijven? Zeg een stuk of 10. Kan ik al die muziek hier in huis terugbrengen tot 10 essentiële platen, zo vraag ik me al een tijdje af. En om het spel dan goed te spelen: 10 albums van 10 verschillende artiesten.

In mijn hoofd heb ik al twintig keer een lijstje gemaakt, ieder keer weer anders. Oké, enkele titels staan er altijd wel op, zoals Dylans Bringing It All Back Home en Everyday I Wear A Greasy Black Feather On My Hat van Moondog Jr., maar zelfs over die twee 'rotsvaste' favorieten is er soms de twijfel, want kiezen voor Bringing It All Back Home betekent dat "Love & Theft" moet afvallen, om eens een album te noemen waar ik moeilijk zonder kan. En als ik voor de enige elpee van Moondog Jr. kies, heb ik dan nog wel plek om ook iets van Kiss My Jazz op die lijst te zetten, of moet die band dan afvallen omdat het muzikaal redelijk dicht bij Moondog Jr. ligt?

En zo spookt het al maanden door mijn hoofd. Lijstjes, lijstjes en nog eens lijstjes. Afgelopen donderdag in een minuut of tien een eerste lijst opgeschreven. Vijftien titels staan er op en achter een aantal staat tussen haken een alternatief. Ik neem die lijst hieronder over, inclusief alle twijfel tussen haken. Let wel: de volgorde van de titels zegt niks over hoe belangrijk een album voor mij is, behalve dan die eerste twee...

Ik ben nog ver verwijderd van een definitieve 10. De vraag is of het me überhaupt ooit gaat lukken. Er staat dan ook niet voor niks de titel "De onmogelijke keuze" boven dit stuk, met daarachter het nummer 1. Er zullen ongetwijfeld meer stukken geschreven worden voor ik mijn definitieve 10 heb gevonden & dat is prima. Vaak is het zoeken minstens net zo mooi als het vinden.

de lijst, een eerste poging:

Bob Dylan - Bringing It All Back Home ["Love & Theft", Hard Rain, BOTT (NY-editie), Blonde On Blonde, ...]

Moondog Jr. - Every Day I Wear A Greasy Black Feather On My Hat [Kiss My Jazz]

The Beatles - The Beatles aka The White Album [Rubber Soul]

Thelonious Monk Quartet plus Two - At The Blackhawk [Monk's Dream]

Moondog - Moondog [Prestige-album uit 1956, niet te verwarren met gelijknamige Columbia-album uit 1969]

Sparklehorse - Vivadixiesubmarinetransmissionplot

Pat Kilroy - Light Of Day

John Lee Hooker - Endless Boogie [Lightnin' Hopkins / Howlin' Wolf / Smoky Babe]

Liverpool Scene - Amazing Adventures of.... [Mike Hart]

Van Morrison - Astral Weeks

Janis Joplin - Pearl [Cheap Thrills]

Ramones - Ramones [The Stooges - The Stooges]

The Band - Music From Big Pink

Richie Havens - Mixed Bag [Nina Simone!!]

Mulatu Astatke featuring Fekade Amde Maskal - Ethio Jazz

En terwijl ik dit lijstje hier overneem, knallen er al weer allerlei andere titels door mijn hoofd, titels die zeker op dat lijstje moeten. Om nog maar over al die andere vragen te zwijgen. Hoeveel jazz mag er op mijn lijst? Er staat nu slechts één titel op terwijl toch een aanzienlijk deel (40%??) van wat ik draai jazz is. Yusef Lateef, Julian 'Cannonball' Adderley, Bobby Jaspar & Lee Morgan, ze zouden er eigenlijk allemaal op moeten staan.

En Afrikaanse muziek? Nu staat er één album op van Mulatu Astatke, maar alleen al in Ethiopië - waar Mulatu overigens vandaan komt - is voldoende goede muziek gemaakt om minstens vijf titels aan de lijst toe te voegen.

Nog zo'n vraag: is het acceptabel om een verzamelalbum als Nuggets of The Anthology Of American Folk Music op de lijst te zetten, of is dat toch een beetje valsspelen?

Hoe meer ik denk, hoe verder ik verwijderd raak van mijn definitieve 10.


Jochen Markhorst - Bob Dylan neemt Highway 61

Na de eerder verschenen boeken Desolation Row; Dylans poëtische brief uit 1965 (2020), Tombstone Blues b/w Jet Pilot; Dylan zoekt de lont (2021); Like A Rolling Stone b/w Gates Of Eden; Bob Dylan trapt de deur open (2025) en It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry b/w Just Like Tom Thumb's Blues; Bob Dylans melancholy blues (2025) is er nu het vijfde en laatste deel in Jochen Markhorsts serie over misschien wel Bob Dylans meest geliefde album: Highway 61 Revisited.

In Bob Dylan neemt Highway 61 neemt Markhorst de niet eerder door hem in boekvorm besproken songs van dit album onder de loep op de inmiddels van hem bekende grondige wijze: met een open geest, kennis van zaken en een kritische blik. Het gaat om: From A Buick 6, Ballad Of A Thin Man, Queen Jane Approximately en het titelnummer Highway 61 Revisited; plus de singles Can You Please Crawl Out Your Window? en Positively 4th Street en de enige outtake van de Highway 61 Revisited-sessies - Sitting On A Barbed Wire Fence. 

Wat heeft de bluesmuzikant Sleepy John Estes te maken met From A Buick 6? Las Bob Dylan de comicserie The Flash toen hij Can You Please Crawl Out Your Window schreef? En vergeet de filmserie rond de Thin Man maar, om een vinger achter Ballad Of A Thin Man moet men bij The Coasters zijn.

Jane Holzer, typende apen, Shakespeare, niet bestaande cijfers en Kansas City, het komt allemaal voorbij in Bob Dylan neemt Highway 61; Zeven kwikzilveren songs.

Vergeet al die elkaar napapegaaiende zogenaamde Dylanologen. Wie verstandig is, leest Markhorst, voor de frisse blik. Met zijn nieuwste boek heeft hij wederom een belangrijk werk toegevoegd aan de immer uitdijende Dylanbibliotheek.

De boeken van Jochen Markhorst zijn verschenen in het Engels, Nederlands en Duits via Amazon, in paperback en als e-book.