Brieven aan Thomas #16

Thomas,

Bob Weir - gitarist van Grateful Dead - is overleden op 78-jarige leeftijd, zo las ik vanochtend in de nieuwsapp van NOS. Van de originele bezetting is nu alleen drummer Bill Kreutzmann nog in leven. Ik schrok van dat bericht, moet ik toegeven.

Zit je op Facebook? Dat hele sociale media gebeuren is steeds meer een uithangbord voor foute keuzes. Ik twijfel dan ook regelmatig over mijn keuze om nog geen afscheid te nemen van Facebook, maar door een aantal muziekgroepen op dat forum ben ik tot op heden gebleven. De uren na het bekend worden van het overlijden van een muzikant is het echter zaak van Facebook te blijven. Vandaag is iedereen op Facebook groot Grateful Dead-liefhebber. Dat uit zich in berichten vol vage herinneringen aan concertbezoeken, foto's van platencollecties en verzuchtingen als 'weer een van de groten is heengegaan' terwijl deze rouwenden nooit eerder blijk hebben gegeven van enige belangstelling voor de muziek van Grateful Dead. Natuurlijk moeten ze doen wat ze niet laten kunnen & wie ben ik om over hen te oordelen, maar ik doe niet mee. Fuck 'em.

Oké, toegeven, ik heb vanochtend even met het idee gespeeld om een album van Grateful Dead op de draaitafel te leggen, maar zou het dan zeker niet op de foto zetten om bewuste foto voorzien van een handvol betraande emoji's op sociale media te gooien. 

Moet ik het nog hebben over de canonisering van David Bowie op datzelfde Facebook? De man was een groot muzikant & het is deze week tien jaar geleden dat hij overleed, maar dat maakt hem nog geen god. Gezien de hoeveelheid Bowie-berichten die deze dagen op Facebook verschijnen heeft de man duizenden 'allergrootste fans'.

Naar aanleiding van bovenstaande zou je kunnen concluderen dat ik in een pesthumeur ben. Dat ben ik niet. Oké, ik ben de kou en de gladheid zat. Het nieuws uit binnen- en buitenland is ook niet bepaald om vrolijk van te worden & ik ben net in een naar binnengelopen plasje sneeuwvocht gaan staan waardoor mijn linker sok nat & koud is, maar dat is geen reden om het koppie te laten hangen. Sterker, ik ben in een erg goede bui. 

De eerste elpee van Bob Dylans The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991 ligt op de draaitafel & ik ben van plan om door te gaan tot ik alle vijf platen in deze boxset beluisterd heb. Ik werd vanochtend vroeg wakker - rond een uur of vijf - en wist toen al dat ik die boxset ging draaien, van begin tot eind. En al starend naar het plafond bedacht wat ik je allemaal over die uitgave wilde schrijven. Het nog te schrijven stuk werd in mijn hoofd steeds langer, maar zeker was dat ik ergens onderweg het moest hebben over de song Angelina. Niet dat ik veel over die song te zeggen heb, maar door die titel even te noemen, hoop ik je aan te zetten naar dat nummer te gaan luisteren.

Toen in maart 1991 The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991 verscheen, was mijn Dylan-reis een jaartje of twee, drie onderweg. Ik had toen redelijk wat, maar lang niet alles van de man gehoord. Pas toen de boxset al in de winkels lag, hoorde ik van deze uitgave. Een begeerlijke boxset, maar het geld ervoor had ik niet. Met een weekend of vakantiebaantje verdiende ik het benodigde bedrag bij elkaar, maar tegen die tijd bleek de box bijna overal al uitverkocht. Pas in de vierde of vijfde door mij bezochte platenzaak bleek nog een exemplaar te staan: een grote box met drie cd's en een smal langwerpig boekwerkje.

Ik herinner me de overdonderende realisatie dat ik luisterde naar de inhoud van Bob Dylans prullenbak. Songs als Walls Of Red Wing, Seven Curses, She's Your Lover Now en You Changed My Life waren nooit eerder op een Dylan-album verschenen. Alternatieve takes van The Times They Are A-Changin' (op piano!), It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry, Tangled Up In Blue en Idiot Wind zetten mijn wereld op z'n kop. En dan heb ik het nog niet over de opnamen op deze boxset die tot het beste uit Dylans oeuvre horen: Moonshiner, Farewell Angelina, I'll Keep It With Mine, Foot Of Pride, Series Of Dreams en natuurlijk Blind Willie McTell.

Maar bovenal ook Angelina, maar daarover later meer.

De schoonheid van de latere songs hoorde ik aanvankelijk niet, moet ik bekennen. Het eerste jaar na aanschaf draaide ik vooral de eerste cd - Dylan met akoestische gitaar - en pas daarna kwam de ontdekking van de schoonheid op die tweede cd - midsixties tot midseventies - en nog weer later pas het jaren tachtig werk op de derde schijf. Ondertussen de linernotes van John Bauldie in dat langwerpige boekwerkje keer op keer lezend, zoekend naar aanwijzingen, de sleutel waarom dit toch allemaal zo mooi is.

Ik herinner mij Idiot Wind op een cassette te hebben gezet en deze - inclusief een op gehoor uitgeschreven songtekst - aan een dichter te hebben gegeven. Na een maand of twee kreeg ik tape en tekst terug. De dichter had geen sleutel gevonden, wel schoonheid, zo liet hij weten. Tsja.

Ik heb me vaak afgevraagd of de bedenker van de albumtitel The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991 later spijt heeft gekregen. Het volumes 1 - 3 in die titel verwijst natuurlijk naar de drie cd's (of cassettes) in die boxset, maar slaat als een tang op een varken wanneer je naar deze boxset luistert op elpee. Die elpeebox bevat namelijk geen drie, maar vijf schijven. En hoewel in 1991 de elpeemarkt op de hartbewaking lag, werd The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991 in maart 1991 ook op elpee uitgebracht (althans in Europa, niet in Amerika). In mijn verzamelwoede heb ik later - veel later - alsnog die elpeebox gekocht in een platenzaakje in Zwolle en nog weer later (2017) volgde een heruitgave op elpee. Het is deze laatste versie die ik vandaag draai. 

Het is januari 2026, het is bijna 35 jaar geleden dat ik voor het eerst The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991 draaide. Het absurde feit doet zich voor dat na zoveel jaar luisteren de muziek op deze set mij nog steeds weet te verrassen. Nog steeds (her-)ontdek ik op deze set hartverscheurend mooie opnamen waar ik eerder (deels) overheen luisterde. 

Er is een zomer geweest dat ik regelmatig alleen Moonshiner draaide. Er is een periode geweest waarin ik de cd-speler programmeerde om achtereenvolgens Farewell Angelina, I'll Keep It With Mine en She's Your Lover Now keer op keer te spelen. Ooit brandde ik de vier outtakes van Blood On The Tracks die op The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991 te vinden zijn op een cd'tje, die schijf heeft ruim een half jaar in de speler in mijn auto gewoond. 

Ruim twee jaar - 26, bijna 27 maanden - luisterde ik iedere dag minstens één keer naar Blind Willie McTell, na een zware werkdag draaide ik de song soms wel tien keer achter elkaar op vol volume. 'Mevrouw Tom' vroeg op dat soort dagen soms waarom ik na die tien keer 'al' stopte. Ook zij was geraakt door die stem, door die song.

Soms combineerde ik Blind Willie McTell met die andere Infidels-outtake: Foot Of Pride.

Ik weet niet meer hoe vaak ik de derde cd van The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991 in de speler heb geschoven om alleen naar de alternatieve take Every Grain Of Sand te luisteren, maar Guinness Book Of Records-waardig moet het zeker zijn.

En dan is er Angelina, een outtake van het album Shot Of Love. Ik heb het vaker geroepen: Shot Of Love is Dylans beste album uit de jaren '80. Beter dan Infidels of Oh Mercy & de outtakes van Shot Of Love zijn eigenlijk allemaal groots. Ooit zet ik alle beschikbare Shot Of Love-opnamen op een serie cd'tjes of cassettes zodat ik het allemaal achter elkaar kan horen. Mijn oren zullen dan tintelen van geluk.

Is er een lijn te trekken van Farewell Angelina van de tweede schijf van The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991 naar Angelina op de derde schijf? Het is een vraag die ik mezelf al bijna 35 jaar stel & die ik mezelf - ondanks dat ik het antwoord weet - maar blijf stellen. Het antwoord is 'nee'.

Well, it’s always been my nature to take chances
My right hand drawing back while my left hand advances
Where the current is strong and the monkey dances
To the tune of a concertina

Zo begint Angelina als ik de op Dylans website gepubliceerde songtekst mag geloven. Het zou zomaar kunnen kloppen. Hoewel ik Angelina honderden keren gehoord heb, kan ik het niet met zekerheid zeggen. Zoals bij zoveel Dylansongs leeft Angelina voor mij als ik het hoor - door de meester zelf gezongen - daarbuiten niet tot nauwelijks. 

Angelina moet je simpelweg ondergaan om de schoonheid te begrijpen. Dat is natuurlijk een open deur, dat snap ik ook, maar deze open deur bevat veel waarheid. De schoonheid van de song zit meer in hoe dan in wat Dylan zingt. Het is een song die je eigenlijk alleen moet draaien als je daarna even pauze kunt nemen. Ruimte heb om weer op adem te komen, zal ik maar zeggen.

Angelina is zo goed dat ik nooit de woorden zal vinden om deze song te vangen. Het is misschien daarom - omdat ik nooit helemaal de vinger achter wat ik hoor krijg - dat Angelina blijft boeien. Ik kom tijdens het luisteren dichtbij, zeker, maar zodra de laatste klanken wegsterven gaat ieder begrijpen in rook op. 

Ik laat net de naald zakken op kant A van de derde elpee van The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991. De woorden die producer Tom Wilson uitspreekt voor de eerste take van Subterranean Homesick Blues begint, kan ik playbacken, zo vaak heb ik inmiddels deze boxset gedraaid en toch verveeld het nog geen moment. Het duurt nog even voor Angelina (plaat 4, kant B, laatste track) door de kamer zal schallen. ik heb vaak de cd-versie van The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991 gebruikt om naar slechts één of enkele songs te luisteren. Het mooie van het draaien van de elpee-versie is dat ik niks oversla. Ik draai de boxset van begin tot eind, alle 58 songs. Ik kan me geen beter begin van deze zondag voorstellen.

Terug naar Bob Weir en sociale media. In de wakkerliguren in de vroege ochtend heb ik overwogen om na het draaien van The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991 het beste compromis op de draaitafel te leggen: Dylan & The Dead, dat album met enkele opnamen van de gezamenlijke tournee van Bob Dylan en Grateful Dead. Dylan & The Dead wordt vaak aangemerkt als een van de slechtste albums in zowel Dylans als Grateful Deads oeuvre. Stel je voor dat ik een foto van dat album vandaag via sociale media de wereld in zal slingeren. Wat zouden de reacties zijn?

Ik hoorde Dylan & The Dead eind 1989 voor het eerst, dus nog voor The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991. Ik heb altijd een zwak voor deze plaat gehad, misschien wel omdat ik 'm vroeg in mijn Dylan-reis hoorde. Er is een tijd geweest dat ik Dylan & The Dead beter vond dan Blonde On Blonde en er zijn nog steeds dagen dat ik er zo over denk, al komen die dagen niet meer veel voor. Dylan & The Dead heeft me zowel de wereld van de Dylan-concerten als het oeuvre van Grateful Dead ingezogen. Met dat in het achterhoofd is het misschien niet eens zo gek om vandaag juist dat album te draaien.

Maar dan wel pas als The Bootleg Series volumes 1 - 3 [rare & unreleased] 1961 - 1991 helemaal gehoord is.

groet,

TW

11jan26

De invloed van The Country Blues op een jonge Bob Dylan #2 (kleine aanvulling)

In november 2023 kocht ik de door Samuel B. Charters samengestelde elpee The Country Blues. Een paar maanden later schreef ik op de blog de Bob Dylan aantekeningen een stuk over de invloed van dit album op de jonge Bob Dylan (zie hier). In dat stuk probeerde ik hard te maken dat Bob Dylan al voor het krijgen van (een acetate van) King Of The Delta Blues Singers van John Hammond een song van Robert Johnson had gehoord op The Country Blues en dat het diezelfde plaat was waarop hij Fixin' To Die van Bukka White hoorde, een song die hij vervolgens opnam voor zijn debuutalbum Bob Dylan (1962).

Bij de plaat The Country Blues hoort het gelijknamige boek van Samuel B. Charters. Ik weet niet wat eerder verscheen: het boek of de plaat, beiden kwamen uit in 1959. Op de hoes van de elpee wordt verwezen naar het boek. In het boek wordt verwezen naar de elpee. Hoewel het boek prima te lezen is zonder bekend te zijn met de elpee en de muziek op de plaat overeind blijft zonder het boek gelezen te hebben, worden zowel boek als elpee sterker door de combinatie. 

Nou heb ik het boek The Country Blues van Charters al enkele jaren in huis - misschien al we langer dan ik de plaat heb - maar ik ben dat boek kwijt. Ik moet het op een plek gelegd hebben waar mijn ogen nooit kijken. Onlangs zag ik een exemplaar van het boek staan in de kringloopwinkel. Ervan uitgaande dat ik het eerder gekochte exemplaar niet op korte termijn terug zal vinden, kocht ik het. Las het ook maar gelijk. Het zou me niet nogmaals gebeuren dat ik The Country Blues onvindbaar zou opbergen.

In de verhalen in The Country Blues citeert Samuel Charters regelmatig songteksten van de besproken bluesmuzikanten. Het is opvallend hoeveel door Charters geciteerde tekstregels in The Country Blues al dan niet letterlijk terug te vinden zijn in Bob Dylans oeuvre. Het zijn er dusdanig veel dat het me niet zou verbazen wanneer Dylan The Country Blues heeft gelezen en - al dan niet - bewust heeft gebruikt als inspiratiebron. Natuurlijk is het zeer goed mogelijk dat Dylan dit boek nooit opengeslagen heeft, dat hij de bedoelde bluesregels elders heeft opgepikt. Uit andere boeken of rechtstreeks van opnamen van bewuste musici.

Enkele voorbeelden:

The funniest thing I ever seen

Was a wampus cat with his eyes of green 

wordt bij Dylan:

The funniest woman I ever seen

Was the great-granddaughter of Mr. Clean 

En: 

Thta's why I'm gonna move to the outskirts of town.

That's why I don't want nobody always hanging around.

wordt bij Dylan:

Somebody seen him hanging around

At the old dancehall on the outskirts of town

Opvallend is dat Bob Dylans website een aantal van Dylans invloeden laat zien op de pagina Books of interest, maar dat Samuel B. Charters ontbreekt. Geen The Country Blues op deze site, maar wel andere boeken over blues van onder andere Peter Guralnick en Alan Lomax, geen The Poetry Of The Blues van Samuel Charters, maar wel The Blues Line van Eric Sackheim en The American Songbag van Carl Sandburg. Je zou bijna denken dat Samuel B. Charters is vergeten. Dat is jammer. Dat de mans werk van invloed is geweest op het schrijven van de jonge Bob Dylan staat voor mij wel vast.


Brieven aan Thomas #15

Thomas,

Er is een schitterend gedicht van Jules Deelder over jazzgrootheid Thelonious Monk. Misschien ken je het, het heet 'The Monk'. Dat gedicht is een van de redenen waarom ik ooit in de muziek van Thelonious Monk ben gedoken, aanvankelijk schoorvoetend en met vallen en opstaan, maar inmiddels vol overtuiging koppie onder. Wanneer het eenmaal klikt tussen Monk en de oren, gaat er een wereld open. 

In zijn gedicht beschrijft Jules Deelder een optreden van Thelonious Monk waarbij de pianist drie kwartier lang geen noot speelt, slechts danst rond de piano. Het is bekend van Monk dat hij - wanneer zijn band naar zijn idee goed speelde - tijdens concerten zijn plek achter de kruk kon verlaten om te dansen. In de door Youssef Daoudi getekende biografie van de pianist - Monk! Thelonious, Pannonica, And The Friendship Behind a Musical Revolution geheten - komt dat mooi naar voren. In enkele tekeningen van Daoudi danst Thelonious Monk je van de pagina tegemoet. Een aanrader dat boek (onlangs ook in een Nederlandse vertaling verschenen).

Ik heb mij altijd afgevraagd waar en wanneer dat door Deelder beschreven concert geweest moet zijn. Ik heb niet de illusie daar ooit daadwerkelijk achter te komen, maar een beetje dagdromen mag. 

Gisteren draaide ik de door Fondamenta in 2017 op dubbel-cd uitgebrachte opname van Thelonious Monks concert op 28 oktober 1967 in De Doelen in Rotterdam (!) en kon ik niet aan de indruk ontkomen dat dit het concert moet zijn geweest dat Jules Deelder inspireerde tot het schrijven van zijn gedicht. Op de opname is duidelijk te horen dat Monk een aantal malen stilvalt. Of hij op die momenten ook danste, is op de cd uiteraard niet te horen, maar als ik mijn best doe, wil ik het geloven. 

Oké, nergens op de opname is de pianist drie kwartier bij zijn instrument weg en ook nergens heb ik dat ene alles goedmakende akkoord uit Deelders gedicht gehoord, maar dat is ook logisch: een gedicht is geen recensie.

Uiteindelijk maakt het niet uit of opname en gedicht bij elkaar horen. Voor mij past het. Als ik naar Monks Live At Rotterdam 1967 luister, zie ik de jonge Jules Deelder in het publiek zitten. Hij geniet.

Pas goed op jezelf en je vingers - mocht je vuurwerk gaan afsteken,

groet,

TW

29XII25

~ * ~ * ~ * ~

The Monk

Wie zoals ik ooit Monk
op een concert dik drie
kwartier geen nóót zag
spelen maar al die tijd
in trance gelijk een me-
dicijnman rond de Stein-
way dansen en onder toe-
nemend gemor van een op-
eengepakt gehoor plots
als een speer op het i-
voor af duiken en na nog
één tel wachten met één
accoord die hele drie
kwartier goedmaken
                               doet
er verstandig aan van 't
leven - althans op muzi-
kaal gebied - niet al te
veel meer te verlangen
en op z'n blote knieën
god te danken dat hij
The Monk bij die gele-
genheid heel hartelijk 
heeft horen lachen

     - Jules Deelder -

Brieven aan Thomas #14

Thomas,

Ik  wilde je vandaag schrijven over het album The Secret Index To The Past van Ed Sanders. Die plaat is een maand of twee geleden verschenen. Ik kwam 'm bij toeval tegen in de bakken van een lokale platenzaak, het was volledig langs me heen gegaan dat Sanders een nieuw album had uitgebracht. Ik had nergens over The Secret Index To The Past gelezen. Niemand had me getipt. 

Ed Sanders kan niet zingen, maar doet het wel. Dat is een van de redenen waarom The Secret Index Of The Past bij eerste beluistering grote indruk op mij maakte. Dat was een paar dagen geleden. Vanochtend liet ik de elpee voor een tweede keer onder de naald draaien, maar gek genoeg werd ik dit keer minder van mijn stuk gebracht door wat ik hoorde. Was het niet het juiste moment om naar Sanders te luisteren of is The Secret Index To The Past zo'n plaat die aanvankelijk werelds lijkt, maar bij betere beluistering toch tegenvalt? Ik weet het (nog) niet.

Ik laat Sanders rusten voor nu, kom er later op terug. Naast de twijfel over wat ik vind van die plaat, is er nog een tweede reden om dat te doen. Terwijl Sanders draaide, bladerde ik door het kunsttijdschrift Apollo. In dit tijdschrift staat onderstaande afbeelding.



Bij het zien van dit werk moest ik gelijk denken aan de hoes van Everyday I Wear A Greasy Black Feather On My Hat van Moondog Jr:



Men zegt wel eens dat het vooral de muziek is die je rond je 15de jaar hoort die je de rest van je leven zal bij blijven, maar daar moeten wel uitzonderingen op zijn. In het jaar dat Everyday I Wear... verscheen, vierde ik mijn 22ste verjaardag en werkte ik in een bibliotheek, voornamelijk op de muziekafdeling. Een collega schoof het net binnengekomen Moondog Jr.-album onder mijn neus met de woorden 'luister dáár maar eens naar.' 

Het album moest me veroveren. Ik luisterde een keer of drie, vier naar die van de bibliotheek geleende cd voor ik besloot het ding te kopiëren op cassette. Na nog twee, drie keer die cassette draaien was ik verkocht en kocht ik een eigen exemplaar van Everyday I Wear A Greasy Black Feather On My Hat

We zijn dertig jaar verder. Moondog Jr. werd Zita Swoon. Stef Kamil Carlens - de man achter zowel Moondog Jr.  als Zita Swoon - maakte soloplaten, de een beter dan de ander, maar nooit meer werd het zo goed als op die ene elpee van Moondog Jr. 

Had je mij 25 jaar geleden gevraagd welke tien albums ik mee zou nemen naar het denkbeeldige onbewoonde eiland, dan zou ik Everyday I Wear... als een van de eerste noemen. Vraag het me vandaag en die lijst is compleet anders dan 25 jaar geleden. Slechts twee titel hebben al die tijd op die lijst gestaan: deze van Moondog Jr. en Bringing It All Back Home van Bob Dylan. 

Zó goed is Every Day I Wear A Greasy Black Feather On My Hat.

Nu komt het vreemde: pas na zo'n kwart eeuw luisteren naar Moondog Jr. viel het kwartje. Ik heb het over die bandnaam: Moondog Jr. Dat is een verwijzing naar Moondog, zo realiseerde ik me uiteindelijk, de excentrieke muzikant, ook bekend als de Viking Of Sixth Avenue. Wie goed luistert, hoort overeenkomsten tussen de muziek van Moondog en Moondog Jr., vooral wanneer je luistert naar de enkele instrumentale stukken op Every Day I Wear A Greasy Black Feather On My Hat.

Mocht je gaan luisteren naar Moondog Jr., verwacht dan niet dat het kwartje valt bij de eerste keer luisteren naar Everyday I Wear A Greasy Black Feather On My Hat. Geef de plaat een kans, de tijd. Luister een paar keer en als je de juiste oren hebt, zul je een album voor het leven rijker zijn. En als het klikt tussen jou en Everyday..., ga dan ook op jacht naar de ep TV Song van Moondog Jr. die voor het album verscheen en de cd-single Jintro & The Great Luna om dan gelijk maar alles van Moondog Jr. tot je te kunnen nemen.

Pas goed op jezelf,

Mocht ik je voor die tijd niet meer spreken: goede feestdagen,

Groet,

TW

20XII25

Ted Joans

Afgelopen april kwam ik bovenstaande fragment uit de film Jazz & Poetry van Louis van Gasteren op YouTube tegen. Ik heb een zwak voor de dichter Ted Joans, dit fragment was een openbaring voor mij. De opnamen zijn gemaakt in Amsterdam in 1964, aldus de informatie op YouTube. 

Het eerste door Joans voorgedragen gedicht was een aantal jaar geleden te horen in De Wereld Draait Door. Bij de woorden 'Jazz is my religion' - het tweede gedicht - zal menig poëzieliefhebber doen denken aan Jules Deelder, maar deze woorden zijn niet van Deelder zelf, hij vond ze bij Ted Joans.

Sinds april sluimert de gedachte dat ik 'iets' met dit filmpje moet op deze blog in mijn achterhoofd, maar wat precies wist ik niet. En het gekke is dat in de maanden sinds april out of the blue hier en daar kleine verwijzingen naar dit optreden van Joans opduiken in wat ik lees.

Eerst was er het boek Schrijversleven; dagboekaantekeningen van Remco Campert. In een dagboekaantekening van 25 september 1962 schrijft hij: '(...) naar avond in Sheherezade [moet zijn: Sheherazade, jazzclub] belegd door Sim. Vin. [Simon Vinkenoog] Voel mij minder hip dan ooit, terwijl ook niet bizonder beat. Op deze avond zal jazz gespeeld worden en poëzie gelezen. [...]

Hoofdschotel van de avond is de Amerikaanse beat-dichterschilder Ted Joans, who is spreading the good word in Europe. Ik las weleens beroerde dichtershoeklyrische gedichten van hem en zinnen als: "I cannot deny that I am Ted Joans Afro American negro colored spade spook mau mau soul-brother coon jig darkie, etc." En: "I have never owned a gun and never killed anything - I guess there is too much good God art in my heart to hurt something physically". Wekt geen vertrouwen, zoiets, bij de gewaarschuwde man.'

Het is wat vreemd dat Campert deze aantekening in 1962 maakte terwijl volgens de informatie bij het YouTube-filmpje de opnamen van Ted Joans twee jaar later gemaakt zijn. Gaat het om twee verschillende optredens, of klopt een van de twee dateringen niet? 

Aan het begin van het filmpje bedankt Joans Simon voor de introductie, dat moet wel haast de ook door Campert genoemde Simon Vinkenoog zijn.

In tijdschrift Jazz bulletin van december 2022 staat het door Erik van den Berg geschreven artikel 'ting ting ting in de bleke zon' over Simon Vinkenoog en jazz. Van den Berg: 'Niet veel later [na het verschijnen van Vinkenoogs boek Hoogseizoen (1962)] wordt Vinkenoog een gangmaker van jazz and poetry in Nederland. Hij organiseert combinaties van "toffe jazz, poëzie, happenings, acts, battles of the instruments" in de Amsterdamse jazzclub Sheherazade, waarvan een avond in 1964 door cineast Louis van Gasteren wordt vastgelegd in de documentaire Jazz and Poetry. Daarin zien we de Amerikaanse jazzdichter Ted Joans aangekondigt als "distinguished guest" bij het kwartet van Piet Kuiters, altist Herman Schoonderwalt, bassist Ruud Jacobs en drummer Cees See.'

Weer dat jaar 1964...

Diezelfde Erik van den Berg publiceerde eerder dit jaar het schitterende boek De jazzband van den Duivel, waarin hij schrijft over jazz in Nederlandse fictie. In dit boek is het boven genoemde artikel 'ting ting ting in de bleke zon' opgenomen, maar dit stuk is niet de enige in De jazzband van den Duivel waarin Ted Joans genoemd wordt. In het stuk over Jules Deelder komt - hoe kan het ook anders - Joans' lijfspreuk 'jazz is my religion' voorbij en in het essay over L.Th. Lehmann lees ik: 'In de jaren zestig trad Lehmann op met trompetist Nedly Elstak en in de Amsterdamse club Sheherazade sloot hij vriendschap met de Amerikaanse jazzdichter Ted Joans. Een periode waarnaar hij verwijst in zijn gedicht "Poetry and jazz",  met de aantekening "Combo op de achtergrond. Up-tempo"

Vervolgens citeert Van den Berg een deel van het gedicht 'Poetry and jazz', maar in dat geciteerde fragment geen Ted Joans.

Ik bezit slechts één bundel van Lehmann, het in 1966 verschenen Luxe. Ik hoopte daarin 'Poetry and jazz' aan te treffen, tevergeefs, maar al bladerend bleef mijn oog hangen aan het eerste deel - 'verkenning' geheten - van het gedicht 'December 1963 Atheense dodekalogie' waarin Ted Joans te vinden is:

De internationale zwerversbrigade,

(noem ze geen beatniks;

hier schuilt een standverschil;

beatniks wassen zich niet)

ook voor een goede zaak:

zichzelf.

Geen souvenirzaak verdient aan hen

en geen duur hôtel.

Ze kijken niet naar het Parthenon,

kopen geen Aráchova-tassen,

loeren niet op pittoreske typen

en zijn a dead loss voor tourist business.

Toch zette Pappa Spiros op Syntagma

naast de American Express,

met dure ouzo en lauwe espresso

ook hen af, tegelijk met

winkelende Griekse hoedendames

en Ted Joans die op het terras zit

koud en gekleed op Kenya

met zijn trompet in de plastic zak.

Het wachten is nu op de grote Vinkenoog-biografie waarin - hoop ik - een en ander zal staan over Ted Joans in Nederland. Of toch eerst maar de Joans-biografie lezen, enkele maanden geleden verschenen.


Een beroemd kaartje

Toen Bob Dylan voor zijn eerste concert op Nederlandse bodem uit het vliegtuig stapte was ik niet in de buurt van de luchthaven om hem met spandoeken en geschreeuw te begroeten. In 1978 - het jaar van Dylans eerste Nederlandse concert - was ik vijf en had ik nog nooit van de man gehoord.

Toch heb ik een toegangskaartje voor dat eerste Dylanconcert op Nederlandse bodem. Ik koester het alsof ik wel bij dat concert was. (En op een bepaalde, verwrongen manier was ik ook bij dat concert.)

Dat kaartje kocht ik via Marktplaats van een Dylanliefhebber die niet alleen in geest, maar ook fysiek in De Kuip was op 23 juni 1978 om Bob Dylan te zien optreden.

Schreef ik, toen ik dat kaartje kocht, al aan mijn boek Bob Dylan in Nederland 1965 - 1978 (2011) of had ik alleen nog maar wilde plannen? Ik weet het niet meer. Ik weet wel dat ik dat kaartje kocht om het te kunnen afdrukken in mijn boek over Dylan. Ik vond toen dat ik zo'n kaartje moest bezitten, tussen mijn vingers moest kunnen wrijven om überhaupt over Bob Dylan in Nederland te kunnen schrijven.

Enfin, ik kocht een toegangskaartje voor een concert dat al een tijdje voorbij was. Toen de enveloppe met het kaartje door de brievenbus op de mat viel, kwam het met een punt op de grond waardoor de rechter bovenhoek van het kaartje kreukelde. Daar baalde ik van. Bovendien was het kaartje door de vorige eigenaar uit een plakboek geknipt. Op de achterzijde van het kaartje zit een klein kartonnen vierkant geplakt, een restant van een bladzijde uit een plakboek.

Geen perfect kaartje, maar wel mijn kaartje.

Ieder concertkaartje heeft een uniek nummer, dat op mijn kaartje is bijzonder: 001941. Bob Dylan werd in 1941 geboren. Dat dat kaartje van mij een eigen leven zou gaan leiden, kon ik toen nog niet voorzien.

Twee jaar na het verschijnen van Bob Dylan in Nederland 1965 - 1978, op 23 juni 2013, schreef ik op de blog Bob Dylan in (het) Nederland(s) over dat eerste concert in Nederland. Die dag was het precies vijfendertig jaar geleden dat Bob Dylan voor het eerst in Nederland speelde. Bij dat stuk, bestaande uit een korte inleiding en een fragment uit mijn boek, plaatste ik twee afbeeldingen, waaronder mijn toegangskaartje.

Het is de door mij online gezette scan geweest waarmee de reis van mijn concertkaartje begon.

In november 2014 publiceerde Uitgeverij De Kring het boek Drie akkoorden en de waarheid van Rob van Scheers. Ik heb dat boek niet gelijk gekocht nadat het verscheen. Het exemplaar van het boek dat ik heb gelezen is de vierde druk.

Rob van Scheers schrijft onder andere over Bob Dylan in dit boek, daarbij gaat hij kort in op Dylans eerste concert in Nederland. Drie akkoorden en de waarheid is rijk geïllustreerd. Op bladzijde 26 van het boek staat een toegangskaartje van Bob Dylans eerste concert in Nederland afgedrukt, in zwart-wit. De punt rechtsboven van het afgebeelde kaartje is gekreukeld, alsof die punt ergens tegenaan gestoten is. Het nummer op het kaartje verraadt wat ik bij een eerste blik op die afbeelding al vermoedde: het is mijn kaartje dat in het boek van Van Scheers staat afgebeeld. Die ontdekking bevreemd me. Aan de ene kant is het leuk, misschien zelfs wel eervol dat uitgerekend mijn kaartje in het boek van Van Scheers is afgedrukt, maar aan de andere kant had ik het ook wel prettig gevonden als ik dat had geweten. Waarom stuurde Rob van Scheers of Steven Boland - de verzorger van de binnenkant van Drie akkoorden en de waarheid - me niet even een berichtje met de mededeling dat ze een afbeelding van mijn blog hebben gehaald voor gebruik in een boek?

Na lang twijfelen en het overwinnen van veel schroom - zoiets doe ik normaliter niet - heb ik eind januari 2015 Rob van Scheers geschreven over een aantal Dylan-zaken in zijn boek, waaronder over dat kaartje. Drie dagen later krijg ik antwoord: 1 of 2 zaken zullen aangepast worden in een nieuwe druk van Drie akkoorden en de waarheid en dat concertkaartje heeft hij inderdaad van internet 'geplukt'.

Of er in latere drukken van Drie akkoorden en de waarheid iets staat over de bron voor die afbeelding op bladzijde 26 weet ik niet. Het leven is veel te kort om daar lang bij stil te staan.

2017: Bob Dylan komt in april voor drie concerten naar Amsterdam. Concertpromotor Mojo blikt op de eigen website terug op Dylans eerste concert in Nederland. Dat doen ze door het plaatsen van een filmpje met beelden van Bob Dylans concert in De Kuip en een interview met Mojo-baas Leon Ramakers. Daarnaast plaatst Mojo twee afbeeldingen op de site: een advertentie van Bob Dylans eerste concert en een concertkaartje. Je raadt het al: dat afgebeelde kaartje heeft wat kreukels in de rechterbovenhoek en het unieke nummer 001941. Mijn kaartje dus. Mojo maakt op de website keurig melding van de plek waar ze beide afbeeldingen gevonden hebben: de blog Bob Dylan in (het) Nederland(s). Als dank krijg ik van Mojo twee toegangskaarten voor een van Dylans concerten in Nederland. Niet gek voor het ‘lenen’ van twee afbeeldingen.

Datzelfde jaar publiceert Jerry Bloom zijn boek Bob Dylan’s Picnic over Dylans Blackbushe-concert van 15 juli 1978. En ook in dit boek staat mijn Kuiptoegangskaartje in kleur en de advertentie waarin Dylans eerste concert op Nederlandse bodem werd aangekondigd, door Bloom geplukt van de blog Bob Dylan in (het) Nederland(s), of van de website van Mojo. 

In september 2018 plaatste ik een stuk online over de plekken waar dat ene concertkaartje, mijn concertkaartje inmiddels was opgedoken.[1]  Dat stuk eindigde ik met: “Iets in mij zegt dat de reis van dit kaartje nog niet afgelopen is. Dat het vaker op zal duiken. Misschien is het al elders opgedoken zonder dat het mij is opgevallen. Het kan, het is immers inmiddels een beroemd kaartje.”

Toen wist ik nog niet dat ik dat kaartje wederom zou afdrukken in mijn sterk uitgebreide geschiedenis van de ontvangst van Bob Dylans muziek in ons land, het in 2021 verschenen Bob Dylan in Nederland 1965 – 1984 of dat de Vlaamse Dylanverzamelaar Luc De Vos een platenspeler in zijn bezit zou krijgen waarvan de bovenzijde een afbeelding van mijn concertkaartje bevat. Of dat muziektijdschrift Heaven ook dat kaartje weet te vinden.

Het is eind 2025. In de nieuwe Heaven (#1 jan. Febr. 2026) staat een afbeelding van een concertkaartje bij het artikel van Peter de Ruiter en Wim Bot over Bob Dylans album Blood On The Tracks. De rechterbovenhoek van het afgebeelde kaartje heeft wat kreukels, kaartje nummer 001941. Mijn kaartje. Het kaartje dat in juni 1978 werd gebruikt om de Kuip binnen te komen om bij thuiskomst in een plakboek te verdwijnen. Zo’n drie decennia later werd het verpatst via Marktplaats waarna het via een blog terechtkwam in vier boeken, op de website van een concertpromotor, op een platenspeler van een Dylanverzamelaar en in een muziektijdschrift.

Het is dan ook een heel beroemd kaartje, dat kaartje van mij.


[1] https://bobdylaninnederland.blogspot.com/2018/09/de-reis-van-een-toegangskaartje.html Bovenstaand stuk is een bewerking van dat stuk uit 2018, inclusief aanvullingen.

vijf tips

Vijf tips om in deze decembermaand op je verlanglijst te zetten, of - nog leuker - juist weg te geven. Drie albums, twee boeken. En nee, ik heb niet de wijsheid in pacht. Maak dus vooral je eigen keuzes, wees eigenwijs.

1. Chrissy Zebby Tembo - My Ancestors

Zamrockalbum, verscheen voor het eerst in 1976. De originele versie in onvindbaar, gelukkig zijn er in de loop der jaren meerdere heruitgaven verschenen. Gooi wat psychedelische rock, Afrikaanse muziek en een goede stem bij elkaar, flink roeren en je krijgt het album My Ancestors. Met Paul Ngozi op gitaar. 

De eerste keer draaien is My Acestors goed. De tweede keer erg goed. Na de derde draaibeurt ontstaan de ontwenningsverschijnselen en blijf je dit draaien. 

Meer informatie vind je hier.

De titelsong beluister je hier.

2. Alja Spaan - Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld

Dat Alja Spaan een dichter is om in de gaten te houden, bewijst ze dagelijks op haar website met een nieuw gedicht. In Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld onderzoekt Spaan de relatie met haar moeder. Een moeder die in haar laatste jaren haar decorum aflegt en daardoor voor dochter Alja toegankelijker wordt. 

Dichtbundel voor iedereen die een moeder heeft.

De website van Alja Spaan vind je hier.

Uitgebreide recensie van Spaans bundel door Pom Wolff lees je hier.

Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld is in iedere goede boekwinkel te bestellen.

3. Brigitte Fontaine - Brigitte Fontaine Est... Folle

Het album Brigitte Fontaine Est... Folle (1968) van de ietwat vergeten Franse zangeres Brigitte Fontaine is onlangs opnieuw uitgebracht op elpee en cd, inclusief een sloot aan bonustracks als demo's en instrumentale versies van songs van Brigitte Fontaine Est... Folle. Maar het zijn niet deze extra's die de aanschaf van Brigitte Fontaine Est... Folle tot een must maken, maar de elf songs van het album zoals dat voor het eerst in 1968 verscheen. Een unieke botsing tussen Franse Chansons, psychedelica, kitsch en poprock, dat is wat dit album de moeite waard maakt. 

Openingstrack Il Peut beluister je hier.

4. Sean Murphy - Punk Rock Jesus

Zesdelige comic reeks geschreven en getekend door Sean Murphy, verschenen tussen september 2012 en januari 2013. De zes delen zijn verzameld in een gelijknamige Trade Paperback. 

Punk Rock Jesus vertelt het verhaal van het creëren van een clone van Jezus met behulp van DNA van de Lijkwade van Turijn. Uiteraard wordt dit niet gedaan om enige nobele reden, maar om de centen en de roem. De jonge Jezus-clone groeit op op een eiland waar constant camera's op hem gericht zijn voor de aan hem gewijde reality tv-show. De stress die dat de jonge Jezus-clone geeft, zorgt ervoor dat hij de kont tegen de krib gooit en zich ontwikkeld tot punk.

Voor een indruk van Murphy's tekenstijl, zie hier.

Punk Rock Jesus is inmiddels meer dan 10 jaar oud, maar wie wat moeite doet kan een prima tweedehands exemplaar vinden of een recente heruitgave.

5. Muluken Mellesse with the Dahlak Band - Muluken Mellesse with the Dahlak Band

De eerste heruitgave van dit niet te vinden album uit 1976 werd recent door het label Heavenly Sweetness op de markt gebracht. Voor liefhebbers van de Ethiopiques-serie. Volgens de hypesticker is dit album een van de laatste albums die in de jaren zeventig in Ethiopië kon verschijnen. 

Songs van het album zijn op Bandcamp te beluisteren, zie hier