Brieven aan Thomas #3

Thomas,

Het beste wat men kan overkomen is vinden wat men niet zoekt.

Gisteren was ik in de kringloopwinkel in V. Het stinkt daar. Bij binnenkomst slaat een ondefinieerbare zure walm je in het gezicht. Wat misschien nog wel het ergste is, is dat die geur went. Na een minuut of vijf schuifelen over de gladde, ooit witte plavuizen waarmee de vloer is bedekt, ruik je het al niet meer. Het is niet een kringloop waar ik vaak kom. De laatste keer was een jaar of vier, vijf geleden. Zo'n twee bezoeken per decennium is ook genoeg, want hoewel er wel degelijk veel aanbod is, is het gros van dat aanbod totaal niet interessant. Wat ik er kocht is één boek. Een boek dat ik niet zocht. Ik wist niet eens dat het ooit verschenen was. Na thuiskomst heb ik het gelijk gelezen. Het is niet zo dik, je leest het zo uit. A Hatful of Rain heet dat boek. Het is toneel, geschreven door Michael Vincente Gazzo. Dat toneelstuk is ook verfilmd. In 1957 kwam die film uit, hetzelfde jaar waarin het gisteren door mij gekochte pocketje verscheen. In Nederland, zo leert Wikipedia, werd die film uitgebracht onder de titel Narcotica

A Hatful of Rain vertelt het verhaal van Johnny, zijn broer Polo en Celia, de vrouw van Johnny. Ze wonen met z'n drieën in een appartement aan de Lower East Side in New York. Johnny is een junkie met flinke schulden bij enkele drugsdealers. De vader van Johnny en Polo rekent er op een flinke som geld van Polo te krijgen. Wat hij niet weet, is dat Polo al dat geld aan Johnny heeft gegeven om drugs te kopen. Het huwelijk tussen Johnny en Celia - die niks weet van haar mans verslaving - is een verstandshuwelijk. Tussen Celia en Polo broeit de (onmogelijke) liefde voor elkaar.

Toen ik gisteren in de kringloopwinkel dit boek uit de kast trok, las ik de titel als A Handful of Rain in plaats van als A Hatful of Rain. De reden daarvoor is simpel: ik leef met Bob Dylan, zijn songs zijn deel van mijn DNA geworden. In 'Visions Of Johanna' van het album Blonde On Blonde zingt Dylan:

And Louise holds a handful of rain, temptin' you to defy it

wat er voor zorgde dat ik de titel van het boek van Michael Vincente Gazzo fout las en het boek kocht. En nu ik dat boek heb gelezen vraag ik me ineens af of Bob Dylan wel handful en niet hatful zingt, maar iedere keer als die gedachte op popt, schud ik een keer met m'n kop om 'm te verdrijven.

Volgens mij was het de beruchte Dylanoloog A.J. Weberman die ooit beweerde dat rain in a handful of rain een verwijzing naar heroïne is. Geen idee waarom ik dat ooit onthouden heb, maar met het toneelstuk van Gazzo in het achterhoofd is dat wel interessant. Johnny in A Handful of Rain in een junkie. Om dat gegeven draait alles in het stuk. Dit lijkt geen toeval meer.

Hoe groot is de stap van hatful naar handful of rain? En is het denkbaar dat het toneelstuk A Hatful of Rain - of de gelijknamige film - in Dylans achterhoofd sluimerde tijdens het schrijven van 'Visions Of Johanna'? Ik wil graag geloven dat het zeer waarschijnlijk is.

Wat schreef Paul Williams ook al weer over 'Visions Of Johanna'? Ik heb het moeten opzoeken, het staat in het eerste deel van zijn Performing Artist-boeken: 'The subject [van 'Visions Of Johanna'] is simple: sitting in a room, probably a loft in New York on a rainy night, thinking about someone who isn't there.' Het is beangstigend hoezeer dit ook een beschrijving van A Hatful of Rain kan zijn. De regen, het appartementje in New York, de avond, de gedachte aan de afwezige persoon, het zit allemaal ook in A Hatful of Rain.

Het toneelstuk van Michael Vincente Gazzo: 

I'm all right, I'm all right. You go to sleep, Sarge. I'll watch for you... Twenty dollars, that's all I need. Twenty dollars and I'll be the night watchman...

'Visions Of Johanna': 

We can hear the night watchman click his flashlight ask himself if it's him or them that's really insane

Toeval? ik weet het niet. Tot slot een fragment van de tekst van de vader van Johnny en Polo waarmee de ietwat bevreemdende titel van het stuk wordt verklaard:

Did Johnny ever tell you about the time he was a kid I came home and found him digging up the backyard? I asked him what the hell are you doing? Workin', daddy... me workin'... I told him the only way you get money in your pockets is to work. He'd dig a hole, and then look in the pockets, dig another hole and in the pockets, and no money... Johnny was convinced... Work and you make money. One day I came home and it was raining.... and there's the little bum there digging away.... he had his hat laying alongside a big empty hole... and finally I convinced him not to believe what I told him in the first place, then... he bends down and picks up his hat - and the water goes running all over him... he worked and all he got was a hatful of rain.

Tot zover. Pas goed op jezelf,

En luister naar 'Visions Of Johanna',

TW

23 III 2025

Bringing It All Back Home 60 jaar

Een enkele keer wordt het nog gevraagd, meestal in de gangpaden van de platenzaak: wat is de beste plaat ooit gemaakt? Mijn antwoord is eigenlijk altijd hetzelfde: Bob Dylans Bringing It All Back Home, het album dat vandaag 60 jaar geleden werd uitgebracht.

Zestig redenen waarom Bringing It All Back Home gehoord moet worden:

1. Het is Bob Dylan;

2. Het heeft twee kanten, een bandkant en een solokant;

3. Het is één geheel, ondanks (of juist dankzij) de twee verschillende kanten;

4. Het brengt de muziek - door de British Invasion geleend - terug naar thuis;

5. Het bevat 'She Belongs To Me';

6. Het knipoogt naar Chuck Berry in 'Subterranean Homesick Blues';

7. Het heeft voldoende citeerbare regels om een leven lang mee te kunnen;

8. Het heeft een hoesfoto die vertelt waarnaar je nog meer kunt luisteren en lezen;

9. Het bevat 'Maggie's Farm' dat al tientallen keren verkeerd geïnterpreteerd is en toch overeind blijft;

10. Het heeft de juiste versie van 'Mr. Tambourine Man', de versie die de luisteraar naar adem doet happen;

11. Op de achterzijde van de hoes staat een tekst die ook na 30 keer lezen nog niet alles heeft prijsgegeven;

12. In de groeven zit Dylans beste stem opgeborgen;

13. Het knipoogt naar Jack Kerouac met 'On The Road Again' en toch weer niet;

14. Het bevat de meest aanstekelijke lach ooit op vinyl vastgelegd;

15. Er zijn outtakes van het album die minstens net zo goed zijn;

16. Allen Ginsberg staat op een van de foto's op de achterzijde;

17. De door Allen Ginsberg gedragen hoge hoed op die foto wordt op een andere foto door Bob Dylan gedragen;

18. Nog voor je halverwege bent, heb je zowel 'Love Minus Zero / No Limit' als 'Outlaw Blues' gehoord;

19. De sfeer van de eerste twee songs wordt herhaalt in de daaropvolgende twee songs;

20. Er een foto is van Mick Jagger die de hoes van Bringing It All Back Home bestudeert;

21. Er is een foto is van Iggy Pop met Bringing It All Back Home onder z'n arm;

22. 'Bob Dylan's 115th Dream' knipoogt naar zowel de Beatles als Moby Dick;

23. Bob Dylan slechts 23 jaar oud was toen hij met Bringing It All Back Home een nieuwe weg insloeg;

24. Voor openingssong 'Subterranean Homesick Blues' nam D.A. Pennebaker de ultieme anti-playback videoclip op met een met woorden strooiende Bob Dylan;

25. 'You don't need the weatherman to know which way the wind blows';

26. Er staat een op een bank uitgestrekte dame in het rood op de voorzijde van de hoes, als Bob Dylan niet aan het voeteneind had gezeten, zou men kunnen denken dat het Dylan in drag is;

27. Zelfs de kat staart de luisteraar vanaf de hoes aan;

28. 'Well, I try my best to be just like I am, but everybody wants you to just like them';

29, 'Gates Of Eden' is - net als een oerbos - een mogelijkheid om te verdwalen;

30. Zelfs de afkorting van de titel - BIABH - oogt goed;

31. 'I got my dark sunglasses I got for good luck my black tooth'; 

32. Niets op Bringing It All Back Home nodigt uit om de plaat achterstevoren te draaien in de zoektocht naar verborgen boodschappen;

33. Een voet komt door te telefoonlijn, de borg wordt betaald met het tonen van een blote kont;

34. En ook de president van de Verenigde Staten staat soms in z'n blote kont;

35. En ook de president van de Verenigde Staten staat soms in z'n blote kont;

36. En ook de president van de Verenigde Staten staat soms in z'n blote kont;

37. Dat is drie keer hetzelfde omdat één keer niet genoeg is, net als het beluisteren van Bringing It All Back Home nooit bij één keer blijft;

38. 'Take me disappearing through the some rings of my mind'; 

39. Het vertelt je vooral je eigen ding te doen;

40. 'Let me forget about today until tomorrow'; 

41. Het hangt niet van hitsingles en opvullers aan elkaar;

42. Het is het enige album ooit waarop een 'erotic hitchhiker' te vinden is;

43. Het heeft zowel Lyndon B. Johnson als Lotte Lenya op de voorzijde van de hoes, maar dat betekent niks, of juist alles;

44. Het sluit af met 'It's All Over Now, Baby Blue' waarna de luisteraar opnieuw kan beginnen;

45. De piano in 'Mr. Tambourine Man' loopt waardoor Dylans stem de woorden danst;

46. De plaat genoeg redenen bevat om Bob Dylan de Nobelprijs voor Literatuur te geven, iets wat pas 51 jaar na het uitkomen van het album ook daadwerkelijk gebeurde;

47. De muziek dan misschien zestig jaar oud is, maar klinkt alsof het gisteren werd opgenomen;

48. 'It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)' meer filosofische wijsheden bevat dan de verzamelde werken van Nietzsche en Descartes samen;

49. Simon Vinkenoog heeft laten zien dat je kunt dansen op de muziek;

50. Bringing It All Back Home meer punk is dan Never Mind The Bollocks of London Calling;

51. 'It's easy to see without looking to far that not much is really sacred';

52. Er geen stroom nodig is op het spreekwoordelijke onbewoonde eiland waar ik deze plaat mee naar toe neem, door te staren naar de hoes speelt de muziek in mijn achterhoofd;

53. Met deze plaat de jonge Bob Dylan zijn hoofd onder de guillotine legde;

54. De plaat van de eerste tot de laatste noot een fuck-you-ik-doe-m'n-eigen-ding is;

55. Bob Dylan slechts drie dagen nodig had om de plaat op te nemen;

56. Er na Bringing It All Back Home geen weg meer terug was;

57. Met Bringing It All Back Home de sixties begonnen;

58. Tijdens het draaien van Bringing It All Back Home gesprekken als vanzelf stilvallen;

59. Bringing It All Back Home Bringing It All Back Home is;

60. Bringing It All Back Home geen gevangenen neemt en onder konten schopt.

De Chet Baker tape

Oké, dit is een ietwat vreemd verhaal, maar hoe ongeloofwaardig ook, het is van begin tot eind precies zo gebeurt als hieronder staat. 

Het begon op een van de eerste echt zonnige dagen van dit voorjaar. Mijn vrouw had ergens online gelezen dat een kringloopwinkel aan de andere kant van het land een partij miniaturen binnen had gekregen en voor nagenoeg nop weer verkocht. Mijn vrouw heeft een zwak voor miniaturen en dus reden we de anderhalf uur naar bewuste winkel. Terwijl ze een winkelmandje vulde met mini-stoelen, -tafels, -beesten en -kasten, scharrelde ik wat door de enorme hal waar bewuste kringloopwinkel in gevestigd zit en stuitte in een van de kasten op een bakje cassettebandjes. Dit waargebeurde sprookje draait niet om miniatuurtjes, maar om een van de cassettebandjes die door een medewerker van de winkel achteloos in die bak was gedumpt en door mij mee naar huis werd genomen nadat ik er vijftig cent voor had neergeteld. Ik heb het over een TDK D90 bandje. Niks bijzonders zo op het eerste oog, maar wat me deed besluiten om het mee te nemen was wat de vorige eigenaar met zwarte pen op de J-card had geschreven. ‘Chet Baker (de Kroeg) 02/10/87’ staat er. Elders op de J-card staan in hetzelfde handschrift de musici vermeld: Chet Baker (trompet), Nicola Stilo (fluit, gitaar)M. Graillier (piano) en Rocky Knao (bas). Bij de laatste naam moet de vorige eigenaar zich vergist hebben, het is niet Knao, maar Knauer, zo ontdekte ik thuis na het openslaan van het door Thorbjørn Sjøgren samengestelde boek Chet; The Music Of Chesney Henry Baker; A Discography [JazzMedia, 1993]. In dat boek staat keurig een setlist van Bakers concert op 2 oktober 1987 in De Kroeg in Amsterdam. Sjøgren meldt verder dat geen opnamen van dit concert officieel zijn uitgebracht, maar dat er wel een ‘private taperecording’ circuleert. In mijn fantasie had ik niet alleen een cassette met die ‘private taperecording’ gevonden, maar misschien zelfs wel de mastertape, de cassette van de man of vrouw die dat optreden in de Kroeg had opgenomen. 

Bij het beluisteren van de cassette bleek al snel dat mijn dagdroom onzin is. De cassette bevat niet de negen songs die volgens Thorbjørn Sjøgren op 2 oktober 1987 in de Kroeg werden gespeeld, maar een allegaartje aan songs van de elpees Chrystal Bells van Jean-Louis Rassinfosse, Chet Baker en Philip Catherine uit 1983 (LDH 1009) en Diane van Chet Baker en Paul Bley uit 1985 (SteepleChase SCS 1207). Waarom zet iemand bijna een uur muziek, in totaal 10 songs – of in sommige gevallen delen van songs – van twee elpees op cassette om met een korte notitie ten onrechte de indruk te wekken dat de muziek is opgenomen in een Amsterdamse kroeg? Heeft de vorige eigenaar de cassette zo gekregen of misschien wel gekocht en wist hij niet beter? Heeft de maker van de cassette dit bewust gedaan om de ontvanger van de cassette bij de neus te nemen, misschien zelfs op te lichten? Ik heb werkelijk geen flauw idee. 

Wie nu wil stoppen met lezen vanwege deze anticlimax raad ik aan toch nog even vol te houden, want zoals ik eerder schreef gaat het om een cassette van 90 minuten en de zogenaamde concertopnamen uit oktober 1987 beslaan iets minder dan een uur. Er is nog ruim een half uur muziek op de cassette te vinden. 34 minuten en enkele seconden om precies te zijn. Volgens de tekst op de sticker op de cassette bevat kant B niet alleen het vervolg van de opnamen uit de Kroeg van oktober 1987, maar ook nog muziek opgenomen in een andere Amsterdamse kroeg, te weten de Stip. Het zou gaan om opnamen van 16 juli 1986. Gezien het voorgaande geloof ik er geen reet van, maar luister voor de zekerheid toch naar de cassette. Wat het nog ongeloofwaardiger maakt, is dat ik zowel online als in het boek van Thorbjørn Sjøgren niks kan vinden van een optreden van Chet Baker in de Stip in juli 1986. 

De tweede kant van de cassette begint met ‘Strollin’’ en vervolgens ‘Lament’ van Chrystal Bells. Na het halverwege afgebroken ‘Lament’ verandert de geluidskwaliteit. Een band bestaande uit een trompettist, een drummer, een bassist en een pianist speelt een zo’n tien minuten durende song. Op de achtergrond is publiek te horen. Na deze eerste song is het Chet Baker die zich tot het aanwezige publiek richt met de woorden ‘Welcome to the Stip’ waarna hij de muzikanten voorstelt: Cees Slinger op piano, Leo Mitchell op drums en Ricardo Del Fra op bas. Dus toch. De tweede song is een uitgerekte versie van ‘I’m Old Fashioned’ waarna nog een – helaas door het einde van de cassette afgebroken – instrumentaal stuk volgt dat ik niet gelijk herken.

Met dank aan de woorden van Chet Baker tot het publiek weet ik in ieder geval zeker wie de muzikanten zijn en waar de opname is gemaakt, maar klopt de datum op de cassette wel? Is dit wel opgenomen op 16 juli 1986, zoals de vorige eigenaar beweert? aangezien hij de eerste tien songs op de tape ten onterechte aan een optreden in de Kroeg toe heeft geschreven, heb ik mijn twijfels of die datum wel klopt. Dat wordt nog eens versterkt doordat ik niks over een optreden op 16 juli 1986 kan vinden in het boek van Thorbjørn Sjøgren of online. 

Terwijl Baker speelt, heb ik het met mijn zoon over de cassette, over het absurde sprookje, over de dagdroom van de muziekarcheoloog die door een gek toeval voor mij even lijkt uit te komen, maar dat ik maar nergens bevestiging kan vinden dat de opnamen waar we naar luisteren daadwerkelijk van 16 juli 1986 zijn. 

Mijn zoon kan beter zoeken dan ik en vindt op Flickr een op 16 juli 1986 in de Stip door Gert de Ruyter gemaakte foto van Chet Baker, de ogen gesloten, de trompet hangend in de handen tussen de knieën. Baker is er niet, verdwenen in de muziek. Of juist wel, luisterend naar wat Slinger op de piano doet, zo stel ik me voor. Chet Baker was er zeker, op die 16de juli 1986 in de Stip. Dat bewijst de foto van De Ruyter en ik mag bijna 39 jaar na dato meeluisteren, een klein stukje. 34 minuten en enkele seconden, om precies te zijn.


De door Gert de Ruyter gemaakte foto van Chet Baker staat hier.


kort

In zijn Dylan-biografie citeert Robert Shelton Echo Helstrom over Bob Dylans liefde voor de boeken van John Steinbeck: 'Bob was always reading something by him - Grapes Of Wrath, Cannery Row.' We hebben het over eind jaren vijftig, de jonge Bob Dylan leest John Steinbeck. Zou hij ook diens East Of Eden hebben gelezen? Het boek dat later verfilmd werd met onder andere James Dean.

Ik snap de liefde van de jonge Dylan voor de boeken van Steinbeck wel. Ook ik heb z'n Grapes Of Wrath en Cannery Row en nog een aantal titels gelezen, maar nog steeds niet alles wat de man heeft geschreven.

Afgelopen paar dagen las ik zijn Travels With Charley, een verslag van een reis door Amerika die hij in 1960 maakte. Een schitterend boek. Een boek dat regelmatig opnieuw gelezen moet worden. Het werd voor het eerst in 1962 gepubliceerd, dus enkele jaren nadat de jonge Bob Dylan zich onderdompelde in Steinbeck.

Zou Bob Dylan - zo vroeg ik me tijdens het lezen van Travels With Charley af - ook na zijn jonge jaren de boeken van John Steinbeck zijn blijven lezen? Zou hij Travels With Charley hebben gelezen en bij het lezen van die ene passage een klein mentaal vreugdesprongetje hebben gemaakt?

Die ene passage in Travels With Charley beschrijft hoe Steinbeck de weg kwijt raakte in Minneapolis.

Minneapolis, daar was Steinbeck in 1960. Dat was zo'n beetje thuis voor de jonge Dylan. Het is niet ondenkbaar dat de jonge Bob Dylan en de bijna zestiger John Steinbeck elkaar in 1960 op straat hebben gepasseerd, misschien wel elkaar kort gesproken. 

En als dat niet genoeg reden voor een mentaal vreugdesprongetje was, dan zorgden misschien de namen St. Paul en vooral Duluth daar voor bij de jonge Dylan.

Soms is de wereld verdomd klein.

Brieven aan Thomas #2

Thomas,

In een interview met Kenneth Rexroth kwam ik de volgende uitspraak tegen: 'Hard bop is music for people who don't listen.' Na het lezen van zo'n zin krijg ik gelijk zin om de poëzie van de man te lezen. Ik ben vast wel eens wat gedichten van Rexroth tegengekomen in een bloemlezing, maar kan me daar weinig van herinneren. Wel heb ik een elpee met op een van de ene kant een voorlezende Lawrence Ferlinghetti en de andere kant Rexroth. Ook moet boven ergens een door Rexroth samengestelde bloemlezing staan met poëzie uit China of Japan, ik twijfel. Het kunnen ook wel eens twee bloemlezingen zijn. Ik kan ze zo 1, 2, 3 niet vinden, maar ik weet dat ze er zijn. 

Rexroth verwijst met bovenstaande uitspraak naar zijn ervaring dat het publiek in cafés waar hard bop wordt gespeeld niet luistert, maar door de muziek praat. Zonder context is de aangehaalde uitspraak mooier. Ik had geen context moeten geven.

Sinds het lezen van dat citaat van Rexroth dwalen mijn gedachten regelmatig af naar de platen die ik koop, maar nauwelijks draai.

Hoeveel platen, cd's, singles worden nooit (meer) beluisterd? Ik heb het nog niet zozeer over mijn eigen muziekbibliotheek, maar in het algemeen. Hoeveel muziek wordt er door aanstormend talent ieder jaar op de markt gebracht zonder ooit een publiek te vinden? 

Een paar jaar geleden zag ik de documentaire Rock And Roll's Greatest Failure; Otway The Movie over John Otway en zijn vaste sidekick Wild Willy Barrett. Een intrigerende film over een muzikant die het wil maken maar door domme pech en een beperkt talent het nooit echt haalt. Mocht je willen kijken, de film is nog steeds op Netflix te zien. Ik kan het je aanraden er in te duiken in een verloren uurtje. De muziek van Otway is op z'n best matig, maar juist mede daardoor intrigerend. Hoe vergeten Otway is laat zich misschien het best illustreren door het feit dat ik onlangs zijn eerste album kocht - getiteld John Otway & Wild Billy Barrett - met op de achterzijde de handtekeningen van zowel Otway als Barrett voor de prijs van een twee halfjes wit. Om de sukkel-status van Otway nog eens te onderstrepen, is een deel van Otways handtekening door vocht of een vegende hand deels een vlek geworden. Normaal doet zoiets afbreuk aan de waarde van een handtekening, maar in dit geval voegt het alleen maar iets toe. Die plaat draait terwijl ik dit schrijf. Het is geen goede plaat & toch...

Ik kan me voorstellen dat je je afvraagt waarom ik die plaat dan draai. Ik kan het proberen uit te leggen, maar misschien is het beter dat je eerst Rock And Roll's Greatest Failure; Otway The Movie kijkt. Die film is de reden dat ik überhaupt iets van Otway heb gekocht.

Ik heb een zwak voor de parodieplaten, zoals bijvoorbeeld de verzamelaar Beatlesongs! (The Best Of The Beatles Novelty Records). Op die plaat staan - zoals de titel al verraadt - parodieën op songs van The Beatles en songs over The Beatles. De een is vaak nog flauwer dan de ander, en toch ga ik regelmatig voor de bijl als ik zo'n plaat tegenkom. 

De meest bekende Beatles-parodieband is natuurlijk The Rutles met onder andere Eric Idle van Monty Python. Op Beatlesongs! staat van deze band het geslaagde 'Hold My Hand'. Ook aardig is het lange, inclusief 'stemmetjes', 'Beatle Rap' van The Qworymen. Maar de twee meest geslaagde songs op dit album zijn naar mijn smaak 'We Love You Beatles' van The Carefrees en 'Letter To The Beatles' van The Four Preps.

Hoe leuk sommige songs op Beatlesongs! ook zijn, het is maar de vraag hoe vaak ik dit album uit de kast zal halen om 'm van begin tot eind te beluisteren. Niet vaak, denk ik. Oké, de betere songs op deze plaat lenen zich uitstekend om een mixtape wat luchtig te houden, maar dat is het dan ook, vrees ik.

Tot slot is er nog de uitsluitend voor de hoes gekochte plaat. Ik merk dat men het volstrekt normaal vindt wanneer er een paar honderd euro of meer wordt neergeteld voor een schilderij of ets of drukwerk voor aan de muur, maar wanneer iemand enkele euro's betaald voor een plaat uitsluitend omdat de hoes een waar kunstwerkje is, wordt dit vreemd gevonden. 

Ik heb een zwak voor de hoezen van Jim Flora. Niet dat ik die nou om de haverklap tegenkomt - ik ken ze vooral uit boeken en van internet - maar de twee keer dat ik er eentje in het wild vond voor een redelijke prijs, heb ik beide keren de portemonnee getrokken. De laatste keer was dat voor het album Inside Sauter-Finegan van The Sauter-Finegan Orchestra. Natuurlijk heb ik een stukje van de plaat gedraaid en de muziek is niet onaardig, maar de aankoop heb ik toch vooral gedaan vanwege de hoes. Twee in het groen gestoken mannen, de beentjes vrolijk in danspositie, de vier handen voorzien van een ganzenveer, een zangvogel, een baton en - ik denk - een passer. Uit de schouders waarmee de twee heren met elkaar lijken te zijn verbonden steken de drie ventielen van een trompet. De torso's van de twee heren zijn samengesmolten tot een zwarte rechthoek met daarin onder andere enkele instrumenten. Ik kijk liever naar deze illustratie van Jim Flora dan naar - pak 'm beet - iets van Rembrandt.

Ik geef het toe, bovenstaande beschrijving van de albumhoes van Inside Sauter-Finegan is wat verwarrend. Misschien is het maar het beste die hoes online op te zoeken. Tot zover, ik moet nu gaan. Mijn aandacht wordt door andere zaken getrokken.

Pas goed op jezelf,

TW

03 III 2025


Trrrring... (American Photography, Rijksmuseum)

'Alles goed?'

'Prima, met jou ook?'

'Uitstekend. Ik heb je gisteren ook al proberen te bellen.'

'Toen was ik er inderdaad niet, toen was ik in het Rijks.'

'Rembrandt koekeloeren?'

'Nee, Rembrandt kan me gestolen worden. Ik was bij die tentoonstelling van Amerikaanse fotografie.'

'En?'

'Indrukwekkend. Verrassend ook wel.'

'Ja?'

'Het aardige is natuurlijk, althans dat vind ik, dat je dingen ziet die je herkent uit een andere context. De foto van Elizabeth Eckford had ik volgens mij niet eerder gezien, maar ik herkende de context gelijk, waarschijnlijk door een documentaire die ik ooit zag. Of een boek dat ik heb gelezen. Of de zes collages van Louis Lo Monaco uit een portfolio met werken over de Mars op Washington. Die werken heb ik nooit eerder gezien - zeer indrukwekkend overigens - maar van de Mars heb ik natuurlijk wel gehoord.'

'Alleen maar civil rights-foto's dus?'

'Nee, zeker niet. Het is toeval dat ik deze twee noem. Ook mooi zijn de foto's van Robert Frank die er hangen, waaronder die foto van de omkijkende motorrijder die ik gelijk herkende van de cover van een Evergreen Review.'

'Staat die foto niet ook in Franks boek The Americans?'

'Dat weet ik niet zeker, zou best kunnen.'

'Dat boek heeft toch een introductie van Jack Kerouac?'

'Klopt.'

'Nog iets van de Beats dan op die tentoonstelling?'

'Nee, verrassend genoeg niet, realiseer ik me nu. Wel die ene foto van Bruce Davidson die gebruikt is voor de hoes van Bob Dylans Together Through Life.'

'Wist je trouwens dat die foto eerder al gebruikt was voor een boek van de door Bob Dylan bewonderde auteur Larry Brown?'

''Tuurlijk. Bovendien wil ik niet lullig doen, maar ik heb jou er ooit op gewezen dat dat zo is... Wat ook aardig is, is dat er ook twintig elpee-hoezen hangen. Aandacht dus voor de fotografie voor albumhoezen. Dat vond ik wel mooi om te zien.'

'Ook Dylans Together Through Life?'

'Nee, vooral jazz. Veel Blue Note. Hoezen van twaalf jazz-albums en daar links en rechts van nog vier andere hoezen. Tina Turner, Woodstock en nog wat dingen.'

'De moeite waard dus?'

'Zeer. Maar neem wel je camera mee.'

'Want?'

'Er is wel een catalogus, maar daar staat niet alles in wat er hangt.'

'Niet kopen dus die catalogus?'

'Zeker wel. Er staat ook flink wat in wat er niet hangt.'

'Oké. Maar even kijken dan wanneer ik ga.'

'Zeker doen. En dan als je eruit loopt, even een broodje hotdog eten.'

'Wat?'

'Er staat net buiten het Rijks een tentje waar hotdogs verkocht worden. Niet extreem duur en wel lekker.'

'Ik zal het onthouden.'



Brieven aan Thomas #1

Thomas,

Mijn vader, over enkele maanden drieëntachtig jaar oud, is, zoals je weet, een fanatiek lezer. Hij heeft wel eens verteld dat hij als tiener vaak op een stoel in de keuken zat, een boek open op schoot, vingers in beide oren om het geluid van zeven broers & één zus te smoren. Na zo'n zeventig jaar lezen heeft hij zijn blik enigszins afgewend van nieuwe boeken. Hij leest nog steeds iedere dag, maar is nu vooral bezig met het opnieuw lezen van de boeken die ooit indruk op hem hebben gemaakt. Een herbeleving van eerder ondergaan leesgenot, zal ik maar zeggen. Niet alleen van zijn 'grote drie' - Fjodor Dostojevki, Ernest Hemingway & Émile Zola - wordt het stof geblazen, ook 'mindere goden' krijgen een tweede kans. 

Émile Zola is de schrijver die hij het meest bewondert en dan vooral diens De misstap van abt Mouret. Dat boek heeft hij inmiddels zo vaak gelezen dat zijn vingerafdrukken in de bladzijden zijn gaan zitten. En dan de pretoogjes als hij over dat boek vertelt. Ik moet het al tientallen keren gehoord hebben - waar dat boek over gaat, waarom het zo goed is - maar nog steeds kan ik het niet navertellen. Zijn liefde voor de werken van Zola begon - door toeval - met dat boek, met De misstap van abt Mouret. Na een rit in de trein had iemand het boek - al dan niet bewust - achtergelaten. Mijn vader nam het mee, las het en was verkocht. Het is een oude, onooglijke pocket. En hoewel mijn vader geen verzamelaar is, heeft hij vervolgens dertig tot veertig jaar lang uitgekeken naar andere boeken van Zola uitgegeven in dezelfde onooglijke pocketserie waarin De misstap van abt Mouret was verschenen. Zijn enige verzameling bevat zijn Zola-pockets. Ook ik heb wel eens wat deeltjes uit de serie voor hem meegenomen uit kringloopwinkels en van rommelmarkten. Een jaar of tien geleden belde hij mij op om te melden dat hij het laatste deel in de serie gevonden had. De verzameling was compleet.

Dat opnieuw lezen van boeken van mijn vader zet mij al een week of wat aan het denken. Wat zou ik nogmaals willen lezen? In gedachten ga ik regelmatig langs de boekenkasten op de zolder, naar beneden, via de kasten op de overloop en de slaapkamer, langs de boekenkasten op de gang en in de woonkamer met steeds diezelfde vraag in mijn achterhoofd: wat moet herlezen worden? Het houdt me zo bezig dat ik inmiddels een aantal boeken die ik jaren geleden weg heb gedaan inmiddels opnieuw heb gekocht zodat ze herlezen kunnen worden, zoals bijvoorbeeld Keefman van Jan Arends. Ik weet dat ik vooral dat titelverhaal toen (15 jaar geleden) schitterend vond, maar is dat nog steeds zo? (En vooral: waarom - in godsnaam - heb ik dat boek ooit weggedaan? Natuurlijk weet ik het antwoord: ruimtegebrek, maar toch...)

Het is niet moeilijk om mijn  grote boeken op een rijtje te zetten. De boeken die meegaan niet alleen naar het spreekwoordelijke onbewoonde eiland, maar ook mee het graf in. Boeken die al regelmatig opnieuw gelezen worden en die ik dan ook tot in lengte van dagen zal blijven herlezen. Volledigheidshalve de top vijf:

1. Nick Hornby - High Fidelity

2. Bob Dylan - Tarantula

3. Richard Brautigan - Sombrero Fallout

4. Lawrence Ferlinghetti - A Coney Island Of The Mind

5. Lewis Carroll - Alice's Adventures In Wonderland / Through The Looking Glass And What Alice Found There

Ik heb natuurlijk een beetje vals gespeeld door op plek vijf beide Alice-boeken van Lewis Carroll te zetten, maar dat vergeef ik mezelf makkelijk: hoewel ik Wonderland echt beter vind dan Looking Glass, kan in mijn kop het ene boek niet zonder de ander.

Veel interessanter nog zijn de boeken die buiten die top vijf vallen. Boeken die ik slechts één keer gelezen heb, terwijl ze wel degelijk een herlezing verdienen. Zoals eerder gezegd in ieder geval dus Keefman van Arends, maar ook De Knetterende Schedels van Roger van de Velde, (natuurlijk) De Laatste Deur van Jeroen Brouwers, Tonight At Noon van Adrian Henri en de gedichten van Ellyn Maybe. Constant worden er door mij titels toegevoegd aan dit lijstje en andere weer geschrapt. Het mag geen ellenlange waslijst worden, een titel of tien vind ik meer dan genoeg. 

O, en natuurlijk moet 1984 van George Orwell er ook op, maar die herlees ik al regelmatig, dus eigenlijk moet ik van de 'grote' top vijf maar een top zes maken, maar dit terzijde.

Toen ik onlangs in de boekwinkel in Deventer was en een van de medewerksters verzuchtte dat ze niet wist wat ze moest bestellen voor de kast met klassiekers kon ik het niet laten om Sombrero Fallout van Richard Brautigan te opperen, of - als dit wat te gewaagd was - het bekendere Trout Fishing In America. De medewerkster bleek nog nooit van Richard Brautigan of zijn boeken gehoord te hebben en na het raadplegen van de computer bleken beide genoemde titels niet meer leverbaar als waren het relikwieën uit een grijs verleden die het best vergeten kunnen worden. Er bleek maar een conclusie mogelijk: ik ben niet van deze tijd.

Onlangs na jaren zonder te hebben gezeten door lamlendigheid van mijn kant heb ik weer een museumjaarkaart aangeschaft. om dat te vieren was ik gisteren in Museum More (MoRe = Moderne Realisten) in Gorssel. Dat museum bestaat inmiddels 10 jaar en om dat te vieren is er een tentoonstelling met werken van jonge kunstenaars. Dus dit keer geen Jan Mankes, Pycke Koch en Charley Toorop. Een schitterende tentoonstelling, ineens was ik weer van deze tijd! Ik kan je aanraden om liever vandaag nog dan morgen naar Gorssel te rijden, het is zeer de moeite waard. En als je dat doet let dan even vooral op het schilderij van Jhonie van Boeijen. Hello Kitty Bag heet het, het roze knalt je tegemoet. Verpakkingen van snoep en frisdrank met de beeltenis van Hello Kitty liggen op dit doek kriskras door elkaar. Het tweede doek dat ik zéér de moeite waard vond, is The Rest Of The World Falls Away van Bobbi Essers. Een groot, langwerpig doek bestaande uit drie delen waarop slechts details van mensen te zien zijn. Het deed me ergens denken aan dat bekende doek van James Rosenquist waarop van boven naar beneden een deel van een auto, een gezicht en spaghetti te zien is.

Ook mooi zijn de kleine portrettekeningen (7,5 x 5,5 cm) die Rosa Everts tijdens de coronacrisis maakte. Portretten van mensen met mondkapjes. Volgens de catalogus van de tentoonstelling maakte ze 207 van dit soort portretten. Ik weet niet of ze allemaal in More te zien zijn, maar in ieder geval wel een groot aantal.

Hoewel bijna alles wat getoond wordt in deze tentoonstelling de moeite waard is, is het werk dat het meeste indruk op mijn maakte Retelling van Caja Boogers. Vijftig kopieën van een deel van een foto van een dame, alleen haar torso is zichtbaar, bewerkt met olieverf. Het is met name de herhaling die dit werk voor mij interessant maakt. Binnen nu en een week ga ik zeker nogmaals naar More om de tentoonstelling voor een tweede keer te bekijken. Ik ga niet vaak twee keer naar dezelfde tentoonstelling, maar Reality Check - zoals de tentoonstelling heet, schreeuwt er om.

Het is met Reality Check een beetje als bij die boeken die nogmaals gelezen moeten worden: als het goed is, is herhaling een verrijking, geen 'jaha, ken ik al!'. 

Pas goed op jezelf,

TW

23 II 2025


Nina Simone At Newport

Het valt niet altijd mee om me nog te herinneren waar iets begonnen is, maar waar mijn liefde voor de muziek van Nina Simone begon weet ik nog precies. Het begon ergens tussen de dertig en vijfendertig jaar geleden met het album Nina Simone At Newport. Dat album kocht ik bij een kringloopwinkel. De vorige eigenaar had van de plaat gehouden, zorgvuldig behandeld, maar door de jaren had de plaat toch wat rimpels en andere ouderdomsverschijnselen opgelopen. Tussen de kraken en tikken kwam de muziek - en vooral de stem - van Nina Simone tot mij. Een stem die op een aangename manier alle aandacht naar zich toetrekt, alsof onder ieder door miss Simone gezongen woord een 'jongen, luister eens' ligt verborgen. 

Ik heb Nina Simone At Newport niet veel kunnen draaien voor de plaat definitief onluisterbaar werd. Misschien een keer of tien, zeker niet veel meer. Ik heb de plaat nooit weg kunnen doen, ondanks dat er geen muziek meer in zit. Het ding staat ergens om zolder en als ik het bij toeval weer eens tegenkom, pak ik 't op met eerbied. In de jaren sindsdien kocht ik iedere plaat van Nina Simone die op mijn pad kwam en toen bleek dat 'mevrouw Tom' dezelfde liefde voor de muziek van miss Simone voelde, kocht ik in een steeds hoger tempo albums van Nina Simone. Het enige album dat ik iedere keer weer bewust niet kocht was Nina Simone At Newport. Ik kon het simpelweg niet.

Pas een jaar of vier geleden heb ik een nieuw exemplaar van Nina Simone At Newport gekocht. Ik heb wel eerder kansen gehad, maar altijd hield iets me tegen. Geen rationele zaken als te hoge vraagprijs of te slechte staat van het vinyl, maar sentimentele redenen waarvan de voornaamste is dat een eerste indruk nooit over gedaan kan worden, waarom dat dan proberen? 

Het exemplaar dat ik vier jaar geleden kocht zat bij een partijtje platen, ik was me aanvankelijk niet eens bewust dat de plaat tussen de stapel zat. Alsof de alles regelende hand van het toeval het zonder mijn medeweten tussen de andere platen had geschoven waar ik pas na thuiskomst achter kwam. Ik heb die plaat vier jaar geleden gewassen en één keer gedraaid. Niks mis met die plaat, van alles mis met mij. Ik kon het niet horen, de 'Trouble In Mind', de 'Little Liza Jane' of een van de andere songs op deze plaat die mij terugbrachten tot het puberjong dat voor het eerst die stem ontdekte. Mijn tweede Nina Simone At Newport heeft vervolgens zo'n vier jaar ongebruikt in de kast gestaan, altijd binnen handbereik, nooit op de draaitafel. Tot een twintig minuten geleden. Voor de twaalfde keer in ruim drie decennia hoor ik Nina Simone At Newport en wederom weet ik me geen houding te geven terwijl miss Simone zingt. De mens is een gek wezen & ik ben het schoolvoorbeeld daarvan.

In mijn wereld - de wereld waarin de roman High Fidelity van Nick Horby de bijbel is - is wat je luistert belangrijk. Het laat zien wie je bent. Wat ik me voor vandaag niet eerder heb gerealiseerd, is dat minstens zo belangrijk als wat je luistert is wat je niet luistert.

De weg uit de dagelijkse waanzin is mogelijk het pad waarop je eerder gelopen hebt en dus - hoe ongemakkelijk ook - soms moeten we dingen herhalen, zoals luisteren naar Nina Simone At Newport.

Heb ik de waanzin achter me kunnen laten? Geen idee, de plaat is nog niet afgelopen. 

Jochen Markhorst - Like A Rolling Stone b/w Gates Of Eden; Bob Dylan trapt de deur open

Er zijn maar weinig zaken in het leven zeker. 's Ochtends komt de zon op in het oosten om 's avonds in het westen weer onder te gaan, in de winter is het kouder dan in de zomer en iedere paar maanden schrijft Jochen Markhorst een boek voor de Dylanbibliotheek dat gelezen moet worden. Voor zijn laatste pennenvrucht heeft Markhorst op zijn onnavolgbare wijze misschien wel de belangrijkste single uit de 20ste eeuw onder de loep genomen: Bob Dylans "Like A Rolling Stone" b/w "Gates Of Eden", ook wel bekend als de oerknal.

De achterflap van het boek: Platenmaatschappij Columbia Records ziet er helemaal geen single in; de marketingjongens storen zich eraan dat het nummer veel te lang is - meer dan zes minuten - en de sound te ongepolijst, te ruig. De ene medewerker die er wel een hit in ziet, smokkelt een testpersing mee en geeft die aan een vriend: een diskjockey. Dat heeft effect. Al snel stromen de telefoontjes binnen en Columbia brengt dan toch maar wel een single uit, met “Like A Rolling Stone” op de A-kant en “Gates Of Eden” op de keerzijde. Bizar genoeg wordt er ook een promo-single voor radio-dj's uitgebracht waarop het nummer in tweeën is geknipt; als een dj het hele nummer wil spelen, moet hij het plaatje halverwege omdraaien.

Daar waar het gros van de Dylanscribenten vervalt in het van elkaar overschrijven van platitudes en open deuren, weet Markhorst met zijn unieke inzichten en kijk op Dylans oeuvre de lezer een nieuwe blik te laten werpen op de songs van de kleine-grote-bard. Net als zijn voorgaande boeken is ook Like A Rolling Stone b/w Gates Of Eden; Bob Dylan trapt de deur open essentieel leesvoer voor iedereen die ook maar een beetje geïnteresseerd is in de muziek van Bob Dylan, van de Dylan-newbies tot de doorgewinterde Dylanoloog. Koop, steel of leen dat boek & lees het.